Column: Momentje

Het is zes uur en de deurbel gaat. De pakjesbezorger is al geweest, dus dat kan maar één ding betekenen: een verkoper. De aansmeerkezen komen de laatste weken volop aan de deur – blijkbaar weegt de wetenschap dat iedereen thuis is zwaarder dan het advies om zelf ook thuis te blijven. De ene alarmsysteemadviseur na de andere zonnepanelenzaniker: je hebt het colportage-alfabet sneller vol dan je JungleMini-spaarkaart.

Ik zet de pan pasta lager, schud mijn been uit een kleuterhoudgreep en ontwijk een duplo-treinbaan op weg naar de voordeur. Met de deurklink in mijn hand bedenk ik dat ik de bel ook gewoon had kunnen negeren, maar nu is het te laat. De leeuw heeft zijn prooi in het vizier, de sprong ingezet, de klauwen uitgeslagen. Natuurlijk, de gazelle kan springen, maar alleen nog om zo sierlijk mogelijk te sterven. Zeg me waar ik moet tekenen om het komende jaar te vergeten wat ik ook alweer iedere maand kon opzeggen.

‘Goedenavond, meneer.’ Voor me staat een man van dik in de zeventig. Spatscherm als motorhelm op zijn hoofd, collectebus als stroomstootwapen voor zijn middel. Om zijn nek heeft hij een linnen tasje met een goedkoop uitziend logo erop. Hij noemt de naam van een organisatie die ik direct weer vergeet en verkoopt kaarten met kleurige bloemen. Voor een luttele 7 euro 95 contant – wie heeft het anno 2021 niet in zijn halletje klaarliggen? – krijg je een setje ansichtkaarten waar hij dan voor mijn part ook best een paar postzegels bij had kunnen doen. Maar ach, het is voor het goede doel, nietwaar. Een goed doel zonder beklijvende naam, fatsoenlijk logo of zelfs bij gebrek aan een postzegel maar een simpele port-betaald-envelop, maar toch, een goed doel. Ik zeg dat ik even moet zoeken naar cash, hij zegt ‘neem uw tijd’.

Daar ga ik, door kastjes en hoekjes met mandjes vol spulletjes. Ik vind USB-kabels en fietslampjes die al twee keer waren vervangen. Stuit op enveloppen die zijn achterhaald door herinneringen en aanmaningen, dinercheques gekocht bij geopende restaurant, cadeaubonnen van tuincentra zonder pijlen en schermen. Maar kleingeld, ho maar.

Ik wil de man net om nog een klein momentje vragen als de pleuris uitbreekt. Alles valt om. Glas limonade, vaas met tulpen, stellage met potjes vetplanten. Kinderen gillen, de kat slaat op hol. Over de bank, in het gordijn, met kletterend nagelgeweld over het laminaat naar buiten. Als de stilte is teruggekeerd, de kinderen weer rustig aan een nieuw glas limo zitten en ik de pasta heb afgegoten, denk ik weer aan de man voor de deur. Even weet ik zeker dat hij er nog staat, gedienstig af te wachten achter zijn spatscherm. Maar op de deurmat ligt alleen een ansichtkaart. Felgele narcissen op een lichtblauwe achtergrond, keurig geplastificeerd.

Sorry meneer, de volgende keer maak ik het goed. De 7,95 zal afgepast klaarliggen in het halletje.