Column: Momentje

Het is zes uur en de deurbel gaat. De pakjesbezorger is al geweest, dus dat kan maar één ding betekenen: een verkoper. De aansmeerkezen komen de laatste weken volop aan de deur – blijkbaar weegt de wetenschap dat iedereen thuis is zwaarder dan het advies om zelf ook thuis te blijven. De ene alarmsysteemadviseur na de andere zonnepanelenzaniker: je hebt het colportage-alfabet sneller vol dan je JungleMini-spaarkaart.
(meer…)

Column: Ellie en Wilco

Deze week in Wij zijn weg: Ellie en Wilco uit Rijnsburg. Ze starten een bed and breakfast in het zuiden van Spanje. In Villanueva de los Castillejos, op anderhalf uur rijden van Sevilla, hebben ze een oud kasteel kunnen kopen voor nog geen ton. Op de foto’s zag het er zo goed uit dat ze direct hebben toegeslagen. De hypotheek regelen ze in Spanje. ‘Volgens Carlos is het echt een koopje,’ vertelt Ellie na een Skype-gesprek met hun Spaanse adviseur. Wilco glundert. Spanje is echt zijn tweede thuis. ‘Het voelt elke zomer als thuiskomen. Het bestaan is hier gewoon veel minder… gejaagd.’

(meer…)

Column: Meneer S.

We waren niet zoveel gewend als het om leraren ging, in ons keurige Noordwijkse vwo-klasje. Ja, er was die muziekdocent, die zijn vak net zo serieus nam als wij. Die liep rustig even weg om koffie te halen tijdens een proefwerk van een ander vak, zodat wij antwoorden konden uitwisselen

(meer…)

Lees mijn verhaal ‘Het eiland’ op DeRevisor.nl

Mijn nieuwe verhaal ‘Het eiland’ is nu te lezen op de website van De Revisor.

Lees ‘Het eiland’ op DeRevisor.nl

 

Bekroond kort verhaal

Met het verhaal ‘Kom eraan‘ won ik de tweede prijs bij de Limnisa Schrijfwedstrijd 2019. Ik wil graag iedereen en mijn kat Anton bedanken.

Het juryrapport van Pauline Slot:
‘Kom eraan’ van Martijn van Lith is vlot verteld, in een ongebruikelijk perspectief, de tweede persoon. Toch werkt dat hier goed. Het verhaal is niet alleen een kortverhaal, maar ook kort, en toch is dit een geloofwaardig en goed geobserveerd stukje leven dat we even mogen meebeleven. Het einde is open, maar we kunnen wel vermoeden wat er zal gebeuren.

23 maart: schrijvers in de bieb

Kom luisteren naar lokale schrijvers in de Leidse bieb. Op zaterdag 23 maart 2019 zijn Ted Polet, Stefan Tetelepta en ik te gast bij BplusC aan de Nieuwstraat 4 in Leiden.

Programma:

11.00 uur Martijn van Lith – Figuren
12.30 uur Stefan Tetelepta – Kismet
14.00 uur Ted Polet – De Batavier

Lees meer bij BplusC

‘Figuren’ nu in de Leidse boekhandels!

Mijn bundel ‘Figuren’ is nu verkrijgbaar bij de volgende boekhandels:

  • Kooyker, Leiden
  • De Kler, Leiden
  • Primera De Kopermolen, Merenwijk, Leiden
  • Primera Diamantplein, Leiden
  • Bruna Vijf Meiplein, Leiden
  • Rijnlandse Boekhandel, Oegstgeest

En op martijnvanlith.nl 🙂

Bundel ‘Figuren’ verschijnt op 27 oktober – NU TE BESTELLEN

BESTEL ‘M NU!

Op 27 oktober verschijnt mijn bundel ‘Figuren’ uit bij Uitgeverij Ginkgo. De presentatie vindt plaats bij Van Stockum Boekverkopers in Leiden om 16.00. Wees welkom!

Bestel Figuren

 

Requiem

De houten bankjes hadden comfortabeler gekund, maar de muziek is prachtig. Vrijdagavond in de Marekerk. Een rij voor me zit een jongen van een jaar of vijftien. Hij draagt hetzelfde donkerblauwe colbert als zijn vader, die naast hem zit. Een strenge doch rechtvaardige leraar bijbelonderwijs. Of een uitvaartondernemer van de oude stempel.

Je hoeft geen fantasie te hebben om te zien hoe de jongen er over dertig jaar uitziet. De vorm van zijn hoofd, de houding, de onberispelijke scheiding in het donkere haar: in alles is hij een kopie. Precies op dezelfde momenten wijzen ze naar het programmaboekje. Precies met evenveel volume klappen ze heel beschaafd hun handen donkerblauw.

Een paar rijen achter me zitten een dame en een heer van respectabele leeftijd. Op alle andere rijen trouwens ook, maar daar gaat het even niet om. De dame in kwestie geeft om de paar minuten commentaar. Soms kort en lovend (‘Mooi!’, ‘Prachtig!’, ‘Schitterend, zeg!’), soms iets langer en opbouwender (‘Die tenor zat er even goed naast, Hendrik! Hoorde je dat?). Ze lijkt in de veronderstelling dat alleen Hendrik haar kan horen.

Het programmablaadje heb ik voor me neergezet. Dankbaar houd ik de voortgang bij wanneer ik het koor weer ‘gloria’ of ‘benedictus’ hoor zingen. Ergens tussen de delen ‘sanctus’ en ‘agnus dei’ valt het me voor het eerst op. De stem van de dame achter me, direct gevolgd door het draaiende hoofd van de jongen. Bij elke nieuwe opmerking beweegt hij zijn hoofd sneller en verder. Kwaad kijken is een kunst die hij uitstekend beheerst. Tegen de tijd dat we bij ‘agnus dei’ zijn aangekomen, voel ik zijn gitzwarte wenkbrauw mijn enkels kietelen.

Het applaus dat de pauze inluidt is nog niet weggestorven, of de dame achterin begint aan haar evaluatie. De dirigent maakt zich wel erg druk, vindt ze, en sommige leden van het koor kan ze helemaal niet zien. Ze maant haar Hendrik om snel op te staan. Ze is geen 86 geworden om in de rij te staan voor een kop koffie.

De jongen voor me krabt aan het driehoekige plukje haar dat ook over dertig jaar nog zijn nek zal sieren. Dan draait hij zich om en laat zijn ogen over de rijen achter hem gaan. De zwarte borstel daarboven beweegt heel zachtjes op en neer. Zijn vader ziet het en slaat een arm om hem heen. Hij fluistert iets. Laat het gaan, maak je niet druk, let op de muziek – of wat gereformeerde uitvaartondernemers dan ook fluisteren tegen de jongere versies van zichzelf.

De bel klinkt, het stuk gaat verder. Het kost me moeite op de muziek te blijven letten.

Leidsch Dagblad, 9 februari 2018

Fijne dagen

“Ik voelde me gewoon belazerd, Ramoon.” Hij duwt het laatste stukje oliebol naar binnen terwijl Ramoon de poedersuiker van zijn schouder veegt. Ze legt haar wanten op de houten sta-tafel, warmt haar handen aan een mok met glühwein. Naast haar staat een ventje met een chocolademelksnor. Hij kijkt aandachtig naar een kerstman die ‘Let it Snow’ zingt.

“Als er staat ‘ijs inclusief’, dan ga ik niet betalen voor een softijsje. Simpel. Daar boek ik geen all-inclusive voor.” In zijn mondhoek is nog wat poedersuiker zichtbaar. “Maar ja, Nederlands spreken ze ook al niet, dus leg het maar eens uit.” De kerstman is inmiddels doorgelopen, het jongetje stort zich opnieuw op zijn chocolademelk.

“Snap ik, Don, maar ik wil gewoon naar Turkije. En Jake ook. Toch, Jake?” Maar Jake is al weggelopen. Met de beker in zijn hand wandelt hij naar de levende kerststal. Voor de koe blijft hij doodstil staan. “Je moet gewoon goed op die site kijken,” zegt Ramoon. “Of ze Nederlands spreken. Dat staat er altijd bij.”

Don kijkt moeilijk, plukt wat aan zijn mouw. “Ik dacht: waarom gaan we niet gewoon naar mijn ouders? Op die camping is plek zat. En er is een verwarmd zwembad.” Hij wacht even, om dat laatste punt goed in te laten werken. “Oké, het is niet de Turkse Rivièra, maar het scheelt wel een hoop geld.” Weer een strategische pauze. Ramoon neemt een stevige slok glühwein. “Ik wil naar de zon, Don. Niet naar Noordwijkerhout.” Ze knalt haar mok op de tafel. Jake staat nog altijd ademloos voor de kerststal. De zingende kerstman is er ook bij komen staan. ‘It’s the most wonderful time of the year’.

“Ik wil zon en ik wil eten wanneer ik daar zin in heb. Is dat zo moeilijk?” Ze trekt haar wanten weer aan en roept haar zoontje. Met één want haalt ze de chocolademelk van zijn bovenlip. “Waarom moet jij altijd zo moeilijk doen? Wat kan jou dat ijsje nou schelen?” Don haalt zijn schouders op. Hij trekt een pak shag uit zijn achterzak. “Het gaat niet om dat ijsje. Ik voelde me belazerd. Gaan we naar huis?” Ramoon pakt de hand van Jake. “Jij wil naar Turkije, hè boef?” Het ventje rukt zich los en rent naar een reusachtige kerstboom vol knipperende lichtjes. Ramoon vloekt. ‘It’s the happiest season of all’, zingt de kerstman.

Leidsch Dagblad, 16 december 2016