Vraagtekens

‘Zo, lekker vrij vandaag?’

Ik antwoord bevestigend. Ooit had ik een kapper waar de jazzy loungemuziek zo hard stond dat praten onmogelijk was. Het scheelde een hoop geouwehoer, maar voor het eindresultaat bleek het niet ideaal. Ook de kapster die alleen Turks sprak leek een uitkomst. Tot ik mijn bril weer opzette.

‘Zal ik het eerst even lekker wassen?’

Ze legt een handdoek in mijn nek en vraagt of ik goed lig. Ze vraagt of het water de juiste temperatuur heeft, of ik misschien toch nog iets onderuit kan zakken en of de massagestoel aan moet. Je kunt wel zeggen dat ze vol vragen zit.

‘Zo. En hoe had u het geknipt willen hebben?’

Als ik antwoord wil geven gaat er een alarm af. Het is geen maandag, het is geen 12 uur. De drie kapsters leggen synchroon hun scharen neer en kijken naar elkaar. Een dame op leeftijd steekt haar hoofd onder een droogkap vandaan. Grote rode vraagtekens cirkelen boven de kap. Van achter uit de zaak komt een man met grote passen aangelopen. ‘Iedereen direct naar buiten,’ zegt hij, op een toon alsof het onze schuld is.

Een paar tellen later staan we op een rijtje op de Breestraat. Drie vrouwen in het zwart met een heuptasje vol scharen. De oudere dame met krulspelden in het haar. Een moeder met een huilend jongetje op haar arm. De vermoedelijke eigenaar, die direct een sigaret opsteekt. En ik, met mijn natte haar in de wind. Ik denk aan de woorden van mijn moeder vóór praktisch elke voetbaltraining: ‘Goed je haar drogen na afloop, anders vat je kou’. Mijn trui heeft geen capuchon.

De eigenaar steekt net zijn tweede peuk op als het alarm ophoudt. Iedereen kijkt naar hem. De krulspelden zijn veranderd in dansende vraagtekens. De man dooft zijn sigaret en stapt naar binnen. Hij belt iemand, schudt zijn hoofd, schrijft iets op een kladblok en komt weer naar buiten. ‘Het was een test.’ Zijn intonatie laat geen ruimte voor discussie. Aan het werk.

Mijn kapster blijkt door haar vragen heen. Het geluid komt van scharen en tondeuses. En van onder de droogkap: het omslaan van dun papier. Ik voel een borstel in mijn nek, de cape gaat af, ze heeft haar tekst hervonden.

‘Zo, u kunt er weer even tegen.’

Leidsch Dagblad, 20 oktober 2017

 

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *