Verleiding

Op het station bestel ik een espresso. ‘Een enkele of een dubbele’, vraagt de jongen achter de kassa. Hij is nogal verbaasd wanneer ik voor een enkele ga. ‘Dat is maar zo’n klein beetje hè!?’ Of ik er dan misschien een croissant bij wil. Er is schijnbaar grote vraag naar croissants onder mensen die geen croissants bestellen. Met mijn espresso zonder deksel struikel ik bijna over het meisje dat met het krijtbord bezig is. Ze slaagt erin ‘macchiato’ goed te schrijven en ‘latte’ verkeerd.

Bij de Prénatal koop ik een kruikdop en een rompertje. ‘Wilt u daar een zonnebrilletje bij?’ De jongedame wijst op een stel minibrillen naast de kassa. Ze lijken uitgestort door een haastige postbezorger. Er is keuze genoeg. Felgekleurde bloemen, lachende zonnetjes en olifanten die zelf zonnebrillen op hebben. Ik bedank. Ze stopt het tasje waar ik niet om gevraagd heb vol met folders die vanavond in de oudpapierbak zullen liggen.

‘Wilt u daar misschien een doosje Smint bij voor 1 euro 75?’ De vrouw in het AKO-pakje kijkt me aan alsof ze iets volstrekt normaals heeft gevraagd. En misschien ligt het ook wel aan mij. Misschien koopt de rest van Nederland wel standaard een doosje mondverfrissers bij een muziektijdschrift. Kan hoor. Dat ik de enige ben die bij zo’n vraag toch even nagaat of hij vanmorgen zijn tanden wel heeft gepoetst. En of 1 euro 75 voor vijftig minuscule pepermuntjes niet nog steeds ontzettend duur is. Ik doe mijn best om de vrouw vriendelijk te vertellen dat ik genoegen neem met alleen de OOR, dat ik het deze keer zonder smintjes ga proberen.

Bij een kantoorboekhandel verderop doe ik de laatste boodschap van de dag. Een verjaardagskaart voor een kind, een kleurig exemplaar met ballonnen, clowns en een dansende giraffe. Ik loop naar de kassa en ben er klaar voor. Klaar voor een positief antwoord, een ‘ja graag’ op een vraag die met recht gesteld wordt. Het kassameisje lacht vriendelijk, vertelt me de prijs en wijst naar het pinapparaat. Ze stopt de kaart in een papieren zakje, sluit het met een plakbandje en geeft de bon erbij. Nog één keer lacht ze haar mooiemeisjeslach en dan sta ik weer buiten. Zonder vraag, zonder antwoord, zonder postzegel.

 


Leidsch Dagblad, 31 maart 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *