Stol

Het is nog rustig in de supermarkt. Naast de defecte koffiemachine staat een man met een borstelsnor. Hij heeft het over bitcoins. Zijn vrouw kijkt er moeilijk bij en neemt nog een hapje kerststol. Wie dat geld maakt, wil ze weten. Hij lacht een beetje. Wanneer hij het woord ‘cryptocurrencies’ gebruikt, is het klaar. Ze schudt haar hoofd en stopt het laatste stukje stol in haar mond. Van een enorme stapel pakt ze twee kartonnen dozen met ‘feeststol’ erop.

Ik stuur de kinderwagen behoedzaam langs het stel, maar stuit op een uítstekende doos. De wagens haken in elkaar. De vrouw kijkt verschrikt. Ze zegt twee keer ‘O, sorry’ en drie keer ‘Sorry, meneer’. Ik zeg dat er niet zoveel aan de hand is. Dan merkt ze de twee slapende baby’s op. Haar ogen worden twee keer zo groot. ‘O, wat een schatjes! Wat een engeltjes! Moet je kijken, Henk!’ Henk kijkt niet op van zijn iPhone. ‘Henk!’ Ze geeft hem een por in zijn rug. Henk kijkt in de wagen, glimlacht, en kijkt weer naar beneden. ‘Luiers inslaan, zeker?’ zegt hij met een lach.

De vrouw vertelt dat ze zelf ook een tweeling op de wereld heeft gezet. ‘De eerste jaren zijn tropenjaren,’ zegt ze. ‘Maar daarna wordt het beter. Toch, Henk?’ Henk knikt zonder op te kijken. ‘Die jongens zijn nu al bijna 32,’ gaat ze verder. ‘Het waren wel andere tijden natuurlijk.’ Ze kijkt me strak aan. Ik trek een geïnteresseerd gezicht – hoop ik. ‘Kijk, in die jaren had je nog geen echo’s. Althans, niet voor de gewone mensen.’ Ze wijst naar zichzelf en haar man. ‘Het was voor ons een grote verrassing. Hè, Henk?’ Nu wacht ze niet op zijn bevestiging. ‘De verloskundige zei: volgens mij zie ik er nog één!’ Ze buigt wat naar me toe en zegt zachtjes: ‘Hij daar sloeg groen uit’. Een knipoog. ‘Pretecho’s, babyshowers, dat had je allemaal niet joh.’

Ze stopt even om naar mijn dochter te kijken, die kort haar ogen opent en dan weer verder slaapt. De vrouw glimlacht. ‘Een nichtje van mij had laatst een gender reveal party.’ Ze spreekt het uit als drie scheldwoorden. ‘Dan denk ik toch bij mezelf… Maar ja, wij zullen wel oud worden, hè, Henk?’ Henk plukt aan zijn borstelsnor, kijkt even omhoog en typt weer druk verder. Vast aan het handelen in bitcoins. De vrouw kijkt me weer aan. ‘Maar ik zal je niet langer ophouden. Je zal het wel druk zat hebben. Fijne dagen!’

Ze trekt haar kar achteruit en zwaait nog even naar de slapende tweeling. ‘Kom op, Henk, naar de kassa.’ Ze schenkt me een tweede knipoog. ‘We kunnen wel gewoon met euro’s betalen, toch?’

Leidsch Dagblad, 22 december 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *