Pleuris

Bij Café Van der Werff gaan we op het terras zitten. Een meisje brengt onze drankjes, uiteindelijk. In de naamgever van deze kroeg zit meer leven dan in de drie biertjes. We doen het er maar mee.

“Waarom moet het weer meteen zo pleurisheet zijn,” vraagt een man een paar stoelen verderop. Hij draagt een zwart shirt zonder mouwen, een witte korte broek en een zonnebril met blauwe glazen. “Dit is geen weer voor een blanke,” zegt de vrouw tegenover hem. Haar spaghettitruitje is fluorescerend roze. “Niet normaal gewoon.” Boven haar oranje Havaianas-slippers draagt ze een hartjesketting.

De man laat een mini-frikandel in een bakje mayonaise vallen. Hij draait twee rondjes voordat het frikandelletje in zijn mond verdwijnt. “Ik duik zo meteen die gracht in,” zegt hij. De vrouw maakt een gebaar naar haar kin. Hij veegt de mayo van zijn gezicht en smeert zijn handen af aan de onderkant van het tafeltje.

“Alles naar wens,” vraagt hetzelfde meisje als eerder. We zeggen van wel en bestellen drie laatste biertjes. “Is goed,” zegt ze. Boffen wij even.

De vrouw in het roze pulkt aan de bandjes van haar shirt. Twee witte lijntjes verdelen haar bovenlichaam in drieën. “Morgen ben ik poepiebruin,” roept ze. De man zonder mouwen lacht. “En vanavond leg je weer wakker. Doet alles weer pijn.” Ze haalt haar rode schouders op. “Slapen doe ik toch niet met die hitte.” Ze pakt haar plastic zonnebril en veegt het zweet van haar neus. “Een beetje zon is wel lekker, maar dit…”

Ze heeft haar wijntje voor de helft op als de man afrekent. “Kom, Samant, we gaan.” Ze leegt haar glas in één teug, propt haar tenen in haar slippers en flopt achter haar vent aan richting station. Op zijn broek zit een klodder mayonaise, op zijn rug een grote donkere plek. Dat krijg je ervan. Pleurishitte. Zonder een duik te nemen passeren ze de gracht.


Leidsch Dagblad, 23 juni 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *