Panbos

‘Mikey! Hierrr!’ Een zondag in het Panbos. Geen van de honden reageert. ‘Mi-key!’ brult de vrouw opnieuw. Geen beweging bij de honden. Een klein ventje in een Bayern München-shirt draait zich om. Zijn moeder komt met grote passen dichterbij. ‘Wat heeft mama gezegd! Bij ons blijven!’ Het jongetje trekt een zielig gezicht. Hij knikt en draait zich snel weer om. Op zijn rug staat ‘Ribéry’.

We wandelen verder. Langs de holle boomstammen, waar mijn broers en ik ooit nog in pasten. Over de houten brug die vroeger veel hoger leek, boven de afgrond die veel en veel dieper was. Langs de Tankwal, die we ‘de Chinese muur’ noemden. Die was tientallen meters hoog en kilometers lang. We passeren de eendenvijver, de geitjes en het paadje waar vroeger het trimparcours was. We lopen langs het restaurant dat toen nog een luik aan de achterkant had. Daar kregen we dan een frambozenwaterijsje, een Speedy. We zeurden niet om een Magnum.

Aan het eind van de wandeling steken we over naar het pannenkoekenhuis. We drinken chocolademelk met slagroom. Door het restaurant klinkt de stem van Mikeys moeder. Mikey zelf staat op de tafel met een pollepel te zwaaien. Zijn moeder kijkt haar man aan met ogen die zeggen: doe jij ook eens wat. Al kauwend op een stuk spekpannenkoek schuift hij zijn stoel naar achter. Hij trekt het ventje van de tafel en sleurt hem mee naar de vijver midden in het pannenkoekenhuis. Daar spreekt hij vermanende woorden. Het jochie staart naar de vele muntjes op de bodem.

‘Alles naar wens?’ vraagt een serveerster met Katwijkse ‘w’. ‘O, wat een schatjes, die twee’. Ze informeert of ‘hunnie’ misschien een kinderpannenkoek willen delen. Dan rent Mikey met een noodgang langs onze tafel. De serveerster gaat erachteraan, grijpt hem bij zijn shirt en brengt hem rustig terug naar zijn ouders. ‘Ja, jij bent lekker vrolijk, hè,’ zegt ze. ‘Ga maar even zitten’. Onze tweeling kijkt geamuseerd toe. Ze komt terug onze kant op. ‘Nog even, dan rennen die van jullie ook zo rond.’

Als we wegrijden zien we Mikey met zijn armen over elkaar naast een grote BMW staan. ‘Wij gaan hoor, Mike!’ roept de vader door het openschuivende raam. ‘Nou en!’ roept het ventje. Wanneer zijn vader gas geeft, stapt hij toch snel in. De tweeling bij ons achterin is in slaap gevallen. Hun handjes hebben ze stevig om de gordels geklemd. Nog even rust. Voor je het weet rennen ze bossen en pannenkoekenhuizen door.

Leidsch Dagblad, 19 januari 2018

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *