Station

Ze staat op het station van Sassenheim. Of, station… Er stoppen treinen, dat is waar, maar een station? Gare du Nord, Rotterdam Centraal, Berlin Hauptbahnhof, dat zijn stations. Je noemt het complex van Valken ’68 ook geen voetbalstadion, laten we wel wezen. Halte Sassenheim: twee sporen, één (!) kaartautomaat en een groot uitgevallen parkeerterrein. Met daarnaast een McDonalds, dat dan weer wel.

• • •

Twie-ien

De man naast me spreekt het boulevard-Katwijks dat is voorbehouden aan senioren. Zijn piekerige wenkbrauwen komen nog net onder zijn oranje-zwarte muts vandaan. De opdruk met logo is versleten. Na de vroege tegentreffer knikt hij zijn buurman aan de andere kant bemoedigend toe. ‘Twie-ien’ gaat het worden, hij weet het zeker. Buurman, die zo te zien ook al een jaar of twintig met korting naar binnen mag, is er niet gerust op. Al vanaf de aftrap gaat hij los.

• • •

Vrouwtje

Meneer één is iemand die houdt van spelers met zwarte voetbalschoenen, dat zie je meteen. Hij zegt dingen als ‘Met slechte mensen gaat het altijd goed’ en ‘Met ‘t vrouwtje ook?’ Op zijn shirt staan de drie x’en van Amsterdam, eroverheen draagt hij een rood-witte sjaal met aan het uiteinde een blauwe davidster. Meneer twee, die met nummer één in gesprek is, is neutraler gekleed. Roze overhemd, bruin leren jasje. Ook een voetballiefhebber, maar dan met een abonnement op Het Financieele Dagblad. Ze lachen hard. ‘Laat moeders de vrouw het maar niet horen,’ roept meneer één.

• • •

Niets aan de hand

Mevrouw Meijers maakt zich zorgen. Haar gezicht heeft de kleur van een Duitse taxi en crèmes helpen niet. Haar man vraagt zich af waar ze zich druk om maakt. En waar zijn koffie blijft. Volgens hem is het niets. Ze drinken koffie aan de keukentafel, de boodschappentas staat al klaar.

• • •

Gezel

Zelfs in een Katwijkse strandtent ben je niet veilig voor ze. Leidse corpsmeisjes.

• • •

Mevrouw De Bree

Mevrouw De Bree zet de televisie uit. Ze kust haar man goedenacht, houdt hem heel even in haar handen en veegt dan met haar mouw het stof van de lijst. Een foto in zwart-wit, een ander leven haast. Een lach die sterker is dan de tijd. Op televisie had ze Henny Huisman gezien, een paar minuten maar. Haar dochter had het goed gezegd, net aan de telefoon: hij begint steeds meer op Patty Brard te lijken. Ze hadden maar kort gebeld, er was iets met een deadline. Of stond er iets in de oven? Maandag belt ze weer, dat beloofde ze.

• • •

Woorden als deze

Op het terras van Olivier loopt de zoveelste ‘misschien wel laatste zomeravond’ ten einde, zachtjes pruttelend in stoofpotten en speciaalbier. Alles is hier Belgisch zoals Chinatown Chinees is. En iedereen zit maar gezellig te doen alsof niet zojuist Gerrit Kouwenaar is overleden. Een tafel naast ons zitten twee mannen van halverwege de dertig: lichtblauwe overhemden en veel te grote horloges. Mannen voor wie elk gesprek een conference call is, mannen die meer meetings hebben dan gesprekken met hun vrouw. Ze drinken allebei een Duvel en praten hard. Iets met stakeholders en business units.

• • •

Voorbij

Begin juli, een eeuwigheid geleden. Op het bankje voor de Pieterskerk zit een meisje. Aan haar tenen bungelen slippers met Braziliaanse vlaggetjes. Ze plakt gele post-its in haar agenda, over de onbeschreven lijnen van dinsdag en donderdag. Het kunnen ook twee andere dagen zijn, maar ze plakt post-its op lege dagen. Gele. En daar schrijft ze dan op. Ongetwijfeld teksten als ‘21-diner Tes’ en ‘lunchen met Joachim’. Op haar pen staan aardbeien met veel te grote kronen.

• • •

Davies

Bij Banketbakker Jacobs staan de mensen tot buiten in de rij. De warme broodjes gaan als oranje tompoucen over de toonbank, of andersom. Op een meter of vijftig drijft een ouderwetse voetbal in de gracht. Tenminste, dat zou je denken. Het blijkt de bovenkant van een hoofd. Het is de ochtend van de eerste Koningsdag. Er vormt zich een steeds grotere groep toeschouwers, terwijl veel marktkooplui rustig doorgaan met het aanprijzen van hun waar.

• • •