Zelfhulp

Na alle ophef over kunstgrasvelden speelde ons nog altijd ongeslagen zevendeklasse-elftal deze week voor het eerst in tijden weer eens op echt gras. Hobbeliger dan de Noordwijkse duinen, deze Alphense mat, maar na afloop kon je wel die ouderwetse kluiten tussen je noppen vandaan peuteren. Ze hadden er zelfs borstels voor staan, van die klassieke rode schoenenpoetsers die ik voor het laatst als pupil gebruikte. Nog lekkerder was het om je noppen daarna een paar keer hard tegen de bakstenen muur te trappen.

• • •

Middelvinger

Onder haar zwarte kisten kraakt een tapijt van plastic bekers. Een meisje, een bankje voor het station, de ochtend na 3 oktober. Ze draagt een spijkerjack met een gigantische middelvinger en daarboven het woord ‘Troublemaker’. Een schoonmaakwagen nadert, ze gaat nog harder in haar telefoon praten. “Hij snapt mijn levensstijl niet,” hoor ik haar zeggen. Ze schermt één oor af en draait zich half om – dikke vinger voor de schoonmaker.

• • •

Me-time

Het is geen bakfiets, het is een huifkar met een stuur waar ze op rijdt. Op de zijkant vormen groene stickers de naam Sem. Ze parkeert het ding op de stoep en ritst een plastic flap open. Alleen Sem stapt uit, hoewel er plaats genoeg was geweest voor zijn complete hockeyteam. Hij geeft moeder een kus en rent naar de overkant van de straat. Moeders zet haar telefoon aan haar oor en ploft neer bij het koffietentje. “Hé schat,” zegt ze. “Ben je al in de buurt?”

• • •

Kleintje

“Ik ga je even zoenen, hoor!” Een terrasboot op de Nieuwe Rijn, een bloedhete dag in september. Twee meisjes van een jaar of achttien beuken hun hoofden tegen elkaar, waarbij ze allebei ‘mwah! mwah! mwah!’ roepen. “Oh my god, Vick,” zegt het ene meisje. “Hoeveel weken ben je nu?” Vick schuift wat met haar voeten. “Zes weken.” – “Oh my god. Dan leeft het al en zo!” Ze knikt en steekt haar hand op om nog een drankje te bestellen. “Soms denk ik dat ik iets voel schoppen. Maar volgens mijn moeder kan dat nog helemaal niet.” Haar vriendin kijkt verbaasd. “Wat weet die er nou van?”

• • •

‘Can we have your liver?’

Laat ik optimistisch beginnen: er wordt in elk geval over orgaandonatie gesproken. Als het nipt aangenomen voorstel van D66’er Pia Dijkstra tot nu toe iets heeft aangetoond, is het wel dat het onderwerp leeft. Pure winst, ook als het plan niet door de Eerste Kamer komt. Hoe meer mensen een weloverwogen keuze maken, hoe minder dilemma’s dat oplevert voor artsen en nabestaanden. Als het meezit, zitten er nog wat extra ja’s tussen. Maar de reacties op de Kamermeerderheid waren hier en daar stuitend.

• • •

Fanta met een rietje

In de hoek van het café zit een man met een stalen gezicht op knoppen te rammen. Lichtjes springen wild over de kast, getallen verdwijnen even snel als ze verschijnen. De man draagt een lichtblauw pak van linnen dat Italiaans bedoeld is. Bovenop de gokkast staat een fluitje waar hij soms secondenlang zijn hand om laat rusten, waarna deze weer afzakt naar een knop of gleuf. Zo bedachtzaam als hij zijn linkerhand verplaatst, zo onbehouwen raast zijn andere hand van lichtje naar lichtje. Hij draait kort zijn hoofd om als een vrouw met een spuitbusbruine huid de kroeg binnen stapt.

• • •

Edradour

De man van de whiskyrondleiding draagt een kilt, net als de man van de autoverhuur en de man van de hotelbar. We zijn bij Edradour, een van de distilleerderijen die claimen de kleinste van Schotland te zijn. Het is tien over elf ’s ochtends; we zijn precies op tijd voor de tour.

• • •

Tijd

De conducteur roept om dat we ‘keurig netjes op tijd volgens dienstregeling’ station Leiden Centraal bereiken. Uit de trein wurmt zich een bijzonder gezelschap van puffende mannen in vochtige overhemden, jonge studenten met foldertjes en buitenlandse toeristen die moeite hebben met het woord ‘Schiphol’.

• • •

Zo’n verjaardag

“Dat moeten ze tegen mij niet zeggen, hè.” De man draagt een ruim zittend overhemd, de camera van een mobiele telefoon steekt uit zijn borstzakje. “Want dan ga ik het dus juist doen, hè.” De vrouw tegen wie hij praat grijpt drie zoute sticks uit een glas en steekt ze alle drie in haar mond. Ze beweegt haar hoofd alsof de man iets ongelooflijk slims heeft gezegd en zegt dan dat ze even naar het toilet moet.

• • •

Homofoob

“Gadverdamme, ze staan gewoon te bekken.” Twee jongens in de bus staren samen naar een telefoontje. “Echt ranzig. Ik heb niks tegen homo’s, maar ze moeten er geen reclame voor gaan maken.” Jongen nummer twee – haartjes netjes in de lak, zijkanten opgeschoren – is het daar helemaal mee eens. “Ik accepteer het heus wel, maar ik hoef het echt niet te zien.” Nu pakt hij zijn mobieltje uit zijn zak en veegt wat verveeld over het scherm. Op de achtergrond een foto van Cristiano Ronaldo.

• • •
1 3 4 5 6 7 18