Kleintje

“Ik ga je even zoenen, hoor!” Een terrasboot op de Nieuwe Rijn, een bloedhete dag in september. Twee meisjes van een jaar of achttien beuken hun hoofden tegen elkaar, waarbij ze allebei ‘mwah! mwah! mwah!’ roepen. “Oh my god, Vick,” zegt het ene meisje. “Hoeveel weken ben je nu?” Vick schuift wat met haar voeten. “Zes weken.” – “Oh my god. Dan leeft het al en zo!” Ze knikt en steekt haar hand op om nog een drankje te bestellen. “Soms denk ik dat ik iets voel schoppen. Maar volgens mijn moeder kan dat nog helemaal niet.” Haar vriendin kijkt verbaasd. “Wat weet die er nou van?”

• • •

‘Can we have your liver?’

Laat ik optimistisch beginnen: er wordt in elk geval over orgaandonatie gesproken. Als het nipt aangenomen voorstel van D66’er Pia Dijkstra tot nu toe iets heeft aangetoond, is het wel dat het onderwerp leeft. Pure winst, ook als het plan niet door de Eerste Kamer komt. Hoe meer mensen een weloverwogen keuze maken, hoe minder dilemma’s dat oplevert voor artsen en nabestaanden. Als het meezit, zitten er nog wat extra ja’s tussen. Maar de reacties op de Kamermeerderheid waren hier en daar stuitend.

• • •

Fanta met een rietje

In de hoek van het café zit een man met een stalen gezicht op knoppen te rammen. Lichtjes springen wild over de kast, getallen verdwijnen even snel als ze verschijnen. De man draagt een lichtblauw pak van linnen dat Italiaans bedoeld is. Bovenop de gokkast staat een fluitje waar hij soms secondenlang zijn hand om laat rusten, waarna deze weer afzakt naar een knop of gleuf. Zo bedachtzaam als hij zijn linkerhand verplaatst, zo onbehouwen raast zijn andere hand van lichtje naar lichtje. Hij draait kort zijn hoofd om als een vrouw met een spuitbusbruine huid de kroeg binnen stapt.

• • •

Edradour

De man van de whiskyrondleiding draagt een kilt, net als de man van de autoverhuur en de man van de hotelbar. We zijn bij Edradour, een van de distilleerderijen die claimen de kleinste van Schotland te zijn. Het is tien over elf ’s ochtends; we zijn precies op tijd voor de tour.

• • •

Tijd

De conducteur roept om dat we ‘keurig netjes op tijd volgens dienstregeling’ station Leiden Centraal bereiken. Uit de trein wurmt zich een bijzonder gezelschap van puffende mannen in vochtige overhemden, jonge studenten met foldertjes en buitenlandse toeristen die moeite hebben met het woord ‘Schiphol’.

• • •

Zo’n verjaardag

“Dat moeten ze tegen mij niet zeggen, hè.” De man draagt een ruim zittend overhemd, de camera van een mobiele telefoon steekt uit zijn borstzakje. “Want dan ga ik het dus juist doen, hè.” De vrouw tegen wie hij praat grijpt drie zoute sticks uit een glas en steekt ze alle drie in haar mond. Ze beweegt haar hoofd alsof de man iets ongelooflijk slims heeft gezegd en zegt dan dat ze even naar het toilet moet.

• • •

Homofoob

“Gadverdamme, ze staan gewoon te bekken.” Twee jongens in de bus staren samen naar een telefoontje. “Echt ranzig. Ik heb niks tegen homo’s, maar ze moeten er geen reclame voor gaan maken.” Jongen nummer twee – haartjes netjes in de lak, zijkanten opgeschoren – is het daar helemaal mee eens. “Ik accepteer het heus wel, maar ik hoef het echt niet te zien.” Nu pakt hij zijn mobieltje uit zijn zak en veegt wat verveeld over het scherm. Op de achtergrond een foto van Cristiano Ronaldo.

• • •

Meneer Pieters

Meneer Pieters zoekt de uitgang. Al een half uur loopt hij rondjes, stopt even bij een schilderij, loopt dan weer door. Zijn pas is traag, maar waardig. Rechtop richting het einde van de gang. “Ze hebben expres een ronde hal gemaakt,” vertelde haar collega vanmorgen tijdens de koffie. Het was Corrie. Een vrouw van twee meter, die foto’s van haar hond in haar portemonnee heeft zitten – en zijn geur in haar huid. Reneé knikte, gooide een kuipje melk leeg in de zwarte prut en vroeg niet verder. “Weet u waar de uitgang is?” Meneer Pieters kijkt haar aan. Ze pakt zijn arm en fluistert dat het tijd is voor de boterham.

• • •

Engnek

Op de Hogewoerd zie ik een Portugese vlag, ergens drie of vier hoog tegen een smoezelig raam geplakt. De kleuren zijn prachtig, het wapen straalt kracht uit: het is misschien wel de mooiste vlag ter wereld. En toch irriteert die vlag me. Alle landen mogen van mij Europees kampioen worden, schreef ik vorige week, behalve Portugal. Ik voegde er nog aan toe dat deze afgunst voor zich sprak – en daar heb ik me misschien in vergist. Daarom presenteer ik u hierbij alsnog: ‘waarom ik alle landen de Europese titel gun, behalve Portugal’. Waarbij ik wil benadrukken dat mijn afgunst niet het land Portugal geldt, maar de meeste voetballers van Portugal. En twee van hen in het bijzonder.

• • •

Dino’s

Op de dag dat het EK voetbal begint, vraagt het kassameisje of ik dinoplaatjes spaar. Ze heet Levaughn; haar naam is met dikke zwarte stift op een stuk plastic gekrabbeld door iemand die liever bij Starbucks had gewerkt. Ik zie een dinoposter en ineens valt het me op: hoe ongelooflijk blauw deze supermarkt is. Geen oranje wuppies, oranje trollen, oranje vla met sinaasappelballen. Geen panini-albums, niet-lijkende miniatuurvoetballertjes, bierhoeden, bierjurkjes, bierspeakers, dug-outkratjes, brulshirts, juichpakken, trommelhoeden, vuvuzela’s of tattoo-sleeves. Zelfs geen ludiek flesje hup-saké. Alles is gewoon Albert Heijn-blauw, zoals alles verderop gewoon Dirk-rood, Plus-groen en Jumbo-geel is. Zelfs bij Blokker moet je goed zoeken naar de kleur oranje.

• • •
1 3 4 5 6 7 17