Vriendjes

“Ik was laatst met een paar vriendjes golfen in Duitsland.” Een zware mannenstem vult de coupé. De man zit naast me aan de andere kant van het gangpad. Halflang grijs haar, lakschoenen, roze pochet in een donkergrijs pak. Om zijn arm heeft hij een horloge van minstens drie keer modaal. “Haha, andere vriendjes, ja. En ik had tegen die jongens gezegd: ik regel het eten wel.” Hij lacht erbij, tikt met zijn vrije hand de stoel voor hem. “Dus ik bel zo’n driesterrentent daar, waar ik ooit met Florine geweest ben. Drie Michelinsterren, top of the bill. Het goedkoopste menuutje kost daar tweeënhalve meier.” Hij pauzeert even om de hoogte van dit bedrag goed te laten doordringen.

• • •

Zomergasten

“Zomergasten gezien? Zó ontzettend inspirerend!” Twee dames van rond de veertig, twee Radlers, twee linnen tasjes (Marqt en Ace & Tate). De ander schudt opvallend lang haar hoofd, als een komisch bedoeld gifje. “Niet? Die kwam echt binnen bij mij. Zo van: in your face.” Ze houdt het lege flesje Radler nog eens boven haar glas. Geërgerd kijkt ze om zich heen op zoek naar de bediening.

• • •

Mariska

Mariska heet ze en ik vraag of ze haar laatste zin kan herhalen. Ze informeert nogmaals of wij misschien in de gelegenheid zijn de wiegjes te komen brengen. Haar zwangere dochter zit in de Wajong, moet ik weten, en zijzelf rijdt in een 45-kilometerwagentje. De zoon heeft wel een auto, maar die zit net voor een maand in Duitsland. Zul je altijd zien.

• • •

Doorfietsen

“Nee joh, maakt niet uit. Tommy Simpson had ook geen hartslagmeter.” Onze wegkapitein en huisjongste weet het zeker: we zijn prima voorbereid. Het is juli 2010. Vier Leidse huisgenoten zijn op fietsvakantie in Frankrijk. Pas sinds deze zomer draagt het huis met recht de naam ‘Hoge Spons’.

• • •

Pleuris

Bij Café Van der Werff gaan we op het terras zitten. Een meisje brengt onze drankjes, uiteindelijk. In de naamgever van deze kroeg zit meer leven dan in de drie biertjes. We doen het er maar mee.

• • •

Zonde

Een man van zeker twee meter neemt plaats aan het kleinste tafeltje van het restaurant. Hij draagt een roze poloshirt met veel tekst en logo’s. Zijn hoofd is groot en rond, zijn huid roodbruin: Jack van Gelder schaal 2 op 1. Een minuut later komt er een vrouw bij hem zitten die ook naast een gemiddelde man klein had geleken. Ze begroeten elkaar onhandig. “Ik ben gek op Thais,” zegt zij. “Dat is mooi,” vindt hij.

• • •

Zwemles

Nach de derde keer gaan zij het echt leuk vinden.” Ze bedoelt het bemoedigend, deze opgewekte vegan-moeder. Vanuit een biologisch afbreekbare draagdoek kijkt haar baby loensend onze kant op. Als ze zestien is mag ze misschien wel net zo’n grote piercing door haar neus als haar moeder.

• • •

Schrik

Op vier hoog staat een man uit zijn raam geleund om de kozijnen te verven. Alleen zijn linkerhand en –voet zijn nog binnen. Van enige zekering is geen sprake, maar de man laat de kwast ontspannen over het hout glijden alsof hij op zondagmiddag de keldermuren staat te sauzen. Zijn rechtervoet staat stevig op de stenen vensterbank, met zijn linkerhand houdt hij losjes een nog ongeverfd stuk raam beet. Op zijn afgeknipte spijkerbroek zitten kleine witte stipjes.

• • •

Gluurbuur

De appartementen aan de overkant zijn als kijkdozen opgestapeld. Vanuit onze woonkamer gluur je zo bij al die mensen naar binnen. Anders dan Rembo & Rembo heb je daar geen verrekijker voor nodig.

• • •