Inspecteur

“Lekker hè, bier…” Ik kijk opzij. Een man met een dunne snor en vettig haar kijkt me grijnzend aan. Hij draagt een groot geel T-shirt met ‘FBI’ erop. ‘Female Body Inspector’ staat er in kleine letters onder. Hij ziet me kijken en denkt misschien dat ik het een geslaagde grap vind. “Ja, heerlijk”, antwoord ik. “Het is er het weer voor, hè?” Small talk les 1: het weer kan altijd.

• • •

Stil

Tegenover me is een meisje nogal letterlijk verwikkeld in een gesprek: ze heeft haar telefoon in haar hoofddoek geklemd. Haar vrije handen dansen mee op het ritme van een mij onbekende taal. Zo af en toe gooit ze er een Nederlands woord doorheen. ‘Schoolfeest (…) Bevrijdingsdag (…) Martijn Krabbé. Even ben ik terug op de basisschool: Kees heeft zijn inktpot over zijn schrift laten vallen. Weet jij welke woorden er op de puntjes moeten?

• • •

Konings

“Ik weet niet, ik vind het gewoon een lieve man.” Twee vrouwen met oranje lippenstift en haarspray staan te roken bij de bushalte van station Lammenschans. “Hij heeft ook zo’n lekkere bolle toet,” zegt de vrouw die een Nederlands elftal-shirt draagt. De ander lacht. Ze klinkt als een bejaarde kerel met een hoestaanval. “Een staatshoofd met een lekkere bolle toet,” rochelt ze samenvattend. “Welk land heeft dat nou?” Het voetbalshirt haalt haar schouders op. Zeker nog nooit in Noord-Korea geweest.

• • •

Pim

“Kom even aan tafel zitten,” zegt mijn moeder, precies twintig jaar geleden. “We moeten je iets vertellen.” Zoiets heeft ze nog nooit gezegd. En waarom kijkt mijn vader zo verdrietig? Krijgen onze katten Ricky en Snoepje een spuitje? Gaan we verhuizen naar Zoetermeer, Gouda of een andere plek die klinkt als uren in de auto zitten? Hebben ze gemerkt dat ik de snoepvoorraad in de bijkeuken heb ontdekt?

• • •

Makelaar

Het huis dat we bekijken staat aan een drukke weg. De tweedehands-autodealer direct ernaast valt net buiten het kader van de fundafoto’s. De speeltuin die dit buurtje zijn kindvriendelijkheid moet verlenen, is verlaten. En, zo blijkt als je dichterbij komt, al enige decennia niet onderhouden. Onkruid en mos doen dienst als rubberen tegels.

• • •

Groggy

Twee magere jongens met slordige baardjes en een capuchon over hun pet praten een treinreis lang over boksen. Of over een sport die daarop lijkt. Hoe sick die fight wel niet was, hoe lijp die comeback van Johnson of Jones. Ze prijzen de een of andere Amerikaan de hemel in omdat hij zo normaal doet en geen doping gebruikt. In sommige sporten is het makkelijk scoren. ‘De beste aller tijden van de laatste paar jaar’, claimt de ene jongen. Dat vindt de ander ook.

• • •

Verleiding

Op het station bestel ik een espresso. ‘Een enkele of een dubbele’, vraagt de jongen achter de kassa. Hij is nogal verbaasd wanneer ik voor een enkele ga. ‘Dat is maar zo’n klein beetje hè!?’ Of ik er dan misschien een croissant bij wil. Er is schijnbaar grote vraag naar croissants onder mensen die geen croissants bestellen. Met mijn espresso zonder deksel struikel ik bijna over het meisje dat met het krijtbord bezig is. Ze slaagt erin ‘macchiato’ goed te schrijven en ‘latte’ verkeerd.

• • •

Lift

Wie een klein uitgevallen baby met zich meedraagt, zit in een ziekenhuislift nooit zonder een praatje. Tot voor kort bleven mijn gesprekken in liften altijd beperkt tot een beleefd ‘goedemiddag’ – gesteld dat het middag was. Kom daar als jonge ouder maar eens om. De hele rit van 10 naar 0 moet je aanhoren hoe ongekend schattig zijn hoofdje is, wat een énig mutsje zij op heeft en hoe cute zijn minivingertjes met zijn mininageltjes wel niet boven het dekentje uitkomen. Tref je iemand uit de doelgroep van Henk Krol – wat soms wil gebeuren in een ziekenhuis – dan volgt daarop een verhaal over de eigen kleinkinderen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het schitterend. Geef me een paar weken en ik heb iedere ‘ik’ vervangen door ‘papa’. Ik zal ‘kleine dondersteen’ zeggen en het compleet normaal vinden.

• • •

Anders

Duizend voorstellingen had ik me ervan gemaakt: de rit naar het ziekenhuis voor de bevalling. Vrouwlief kronkelend en scheldend op de achterbank terwijl ik, begeleid door twee politiemotoren, met 150 over de vluchtstrook knal. Of: keurig ingepakte weekendtas vol vers gewassen kinderkleertjes in de achterbak, moeiteloos geïnstalleerde Maxi-Cosi stevig vast achterin en dan zwevend op de vioolklanken van Radio 4 richting het ziekenhuis. Duizend voorstellingen. In geen ervan rijd ik de stille maar overvolle parkeergarage in met een benzinelampje dat al twintig minuten brandt, stap ik in de verkeerde lift en dwaal ik een kwartier over de verkeerde verdieping tot ik een appje krijg dat we ‘nu naar de OK gaan verhuizen’. Twee rode stoplichten extra en ik was te laat geweest voor de keizersnede.

• • •