Meneer Henson

Jesus is my boss, staat er op zijn pet. Mister Henson, een lachende Amerikaanse senior in een rolstoel, reist vandaag naar Estland. Zijn reis begon in Indianapolis, van waaruit hij via Detroit en Amsterdam naar Tallinn vliegt.

• • •

Thor

Zomer 2010. Een Belgisch terras. Gele polsbandjes kunnen nog. Aan het tafeltje naast me zit een man in een Noors voetbalshirt. Hij ziet eruit alsof hij elke avond met zijn blote handen de zalm uit de rivier trekt.

• • •

Rafiki

Kijk ‘m nou toch lopen, die arme Rafiki. Met zijn stok door de sneeuw. Zijn betoverende geprevel schalt over de Leidse straten en aan zijn stok hangen onduidelijke frutsels. Sluit je ogen, vergeet de temperatuur en je staat op de Afrikaanse steppe, waar een giraffe als op de betere Ikea-poster een blad wegsnoept voor de snufferd van een ondergaande zon. Zijn gezang bevat Engelse woorden, maar te verstaan is het nooit. Het klinkt hoopvol.

• • •

Huizenjacht

Vandaag in Huizenjacht: Vokje en Michiel. Zij zoeken een jarendertigwoning niet te ver van het centrum van Boxtel. Het huis moet genoeg ruimte bieden voor hun kinderen Lynn (6) en Milan (4). Verder moet er groen in de buurt zijn voor het uitlaten van labrador Steve (3). Presentatrice en multitalent Nance gaat met het paar op zoek.

• • •

Handsfree

Een meisje met een telefoon onder haar hoofddoek geklemd haalt me in op de fiets. Ze is nogal letterlijk verwikkeld in een gesprek. De taal zegt me niets, maar af en toe zit er een Nederlands woord tussen.

• • •

Mevrouwen

Twee vrouwen, tegen de zestig, in de Sprinter naar Gouda. De taakverdeling is helder: mevrouw één praat, mevrouw twee kijkt naar buiten en knikt van tijd tot tijd.

‘Kijk, een woonboot.’

– ‘Hm hm.’ 

‘Dat zal wel koud zijn ’s winters.’
– ‘…’
‘Ze zullen wel veel stoken. Kost wat…’
-‘ Jaha….’
‘Wat zitten we hoog, hè, opeens. Ik wist wel dat we hoog zaten, maar zó hoog…’
-‘Hm.’
‘Kijk, een fietsenstalling.’
Ze stappen uit op Leiden Lammenschans. De lucht zal ijl zijn.
De plek van de twee dames wordt ingenomen door een mevrouw die volledig in het rood is: jas, jurk, tas, schoenen, oorbellen, lippenstift, nagels.
Aan de overkant van het gangpad neemt een grote kerel plaats, met op zijn hoofd een proportionele koptelefoon. Een oosterse melodie met een stevige beat vult de coupé. Niemand spreekt de man erop aan. Het zullen zijn afmetingen zijn.
Dan buigt de vrouw in het rood zich langzaam naar me toe. Haar stem is die van een man die zware shag rookt:
‘Zo meteen gaat ‘ie met de pet rond.’
Ze knipoogt.

Even voor Alphen aan den Rijn begint het te regenen.  De vrouw knikt me vriendelijk toe en terwijl ze de coupé verlaat, pakt ze uit haar tas een knalrode paraplu.

• • •
1 15 16 17