Naar buiten

Mevrouw De Bree maakt haar veters vast. Het regent niet meer. Ze heeft haar dochter beloofd om elke dag even naar buiten te gaan. Meestal wandelt ze naar de Stevensbloem. Bij de bakker koopt ze broden waarvan ze maar de helft opeet. De vriezer raakt vol. Op de radio hoorde ze over gladheid, maar hier valt het gelukkig mee. Ze hoorde de buurman vanmorgen krabben. Iedere morgen om kwart voor zeven ziet ze zijn remlichten op haar slaapkamermuur. Behalve op vrijdag. Misschien werkt hij thuis.

‘Goedemorgen,’ zegt ze tegen een man met honden. Hij zegt niets terug, of in elk geval niet hard genoeg. Het is de man van de overkant, die met twee zoons en drie labradors. Een vrouw heeft ze er nog nooit gezien. Van de zomer heeft hij het huis verbouwd: twee dakkapellen en een uitbouw naar de tuin. De container heeft nog weken voor de deur gestaan. Daar mocht ze van haar dochter niets van zeggen.

Ze moet altijd zo lachen om De rijdende rechter. Die nieuwe vindt ze ook goed, al is het wel een dandy. Een dandy met zelfspot, had haar kleinzoon gezegd. Daar was ze het mee eens. Naar meester Frank Visser kijkt ze niet meer. De reclameblokken duren haar te lang, dan weet ze niet meer waar ze naar kijkt. ‘Niet zoals die mensen worden, mam,’ zegt haar dochter dan, als de pleuris weer eens uitbreekt over de erfgrens of het recht van overpad. Ze kijkt wel uit. ‘Leven en laten leven,’ zei Evert altijd. Een lievere man heeft nooit bestaan.

Bij de Dirk neemt ze koffie mee, bij de bakker een heel volkoren. Aan halve broden doet ze niet, dat vindt ze onzin. ‘Ik koop toch ook geen halve aardappelen,’ zegt ze soms tegen haar dochter. Die schudt dan haar hoofd, zegt niet meer dat dat iets heel anders is. Ze neemt ook een klein zakje kruidnoten mee. Morgen is het zaterdag, dan komt haar kleinzoon misschien op de koffie. Op haar dochter rekent ze niet. Toen Evert net was overleden, kwam ze elke dag. Maar het leven gaat door, weet ook Mevrouw De Bree. En ze belt best vaak.

Het begint te druppelen wanneer mevrouw De Bree haar huissleutel uit haar jas haalt. ‘En, nog even buiten geweest?’ zal haar dochter vanavond vragen. Nu hoeft ze er niet omheen te draaien. Ze legt haar sleutels op het vaste plekje onder de kapstok, naast de foto van haar dochter en kleinzoon. Ze smeert een boterham en legt de rest van het brood in de vriezer. Het zijn kruidnoten met truffel, ziet ze nu. Hopelijk vindt haar kleinzoon dat lekker.

 

Leidsch Dagblad, 1 december 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *