‘M’n kleine is m’n alles,’ verklaart Ricardo, en hij steekt nog een sjekkie op.

Ricardo komt, tussen zijn rookpauzes door, het internet repareren.

-‘Een jongen of een meisje?’ vraag ik maar.

‘Meissie. Esmeralda.’

Ze bestaan dus nog.

‘Bijna twee. Echt daddy’s girl.’

Ergens aan de bovenkant van zijn rug moet de naam staan. In zo’n hooliganlettertype dat Word Gotisch noemt, of Old English. Naar de rol van de moeder durf ik niet goed te informeren. Hij zal er straks zelf wel over beginnen.

‘Had je nog koffie?’

Welja. Meneer vraagt er nog net geen roze koek bij.

Wanneer ik hem de mok overhandig, laat hij zijn pols zien. Het lettertype had ik wel goed ingeschat.

Esmeralda Joy Avalanche

Oké, de spelling van het laatste woord kan iets afwijken. Het is maar een korte blik en de letters zijn niet erg duidelijk. Maar hij spreekt het wel zo uit. Ik vraag me af wat haar achternaam zal zijn.

‘Esmeralda Joy Avalanche. My girl.’

Hij vertelt over haar moeizame geboorte, waar hij zelf niet bij kon zijn.

‘Complicaties, je weet wel.’

Ik heb geen flauw idee. Het wordt tijd dat hij zich weer druk gaat maken om routerkabels en DHCP-servers.

‘En ehh… de moeder?’ probeer ik.

In een grote teug slaat hij de laatste koffie achterover, die al aardig koud moet zijn.

 

———
Verschenen in:
Leidsch Dagblad (15-11-2013)