Mevrouwen

Twee vrouwen, tegen de zestig, in de Sprinter naar Gouda. De taakverdeling is helder: mevrouw één praat, mevrouw twee kijkt naar buiten en knikt van tijd tot tijd.

‘Kijk, een woonboot.’

– ‘Hm hm.’ 

‘Dat zal wel koud zijn ’s winters.’
– ‘…’
‘Ze zullen wel veel stoken. Kost wat…’
-‘ Jaha….’
‘Wat zitten we hoog, hè, opeens. Ik wist wel dat we hoog zaten, maar zó hoog…’
-‘Hm.’
‘Kijk, een fietsenstalling.’
Ze stappen uit op Leiden Lammenschans. De lucht zal ijl zijn.
De plek van de twee dames wordt ingenomen door een mevrouw die volledig in het rood is: jas, jurk, tas, schoenen, oorbellen, lippenstift, nagels.
Aan de overkant van het gangpad neemt een grote kerel plaats, met op zijn hoofd een proportionele koptelefoon. Een oosterse melodie met een stevige beat vult de coupé. Niemand spreekt de man erop aan. Het zullen zijn afmetingen zijn.
Dan buigt de vrouw in het rood zich langzaam naar me toe. Haar stem is die van een man die zware shag rookt:
‘Zo meteen gaat ‘ie met de pet rond.’
Ze knipoogt.

Even voor Alphen aan den Rijn begint het te regenen.  De vrouw knikt me vriendelijk toe en terwijl ze de coupé verlaat, pakt ze uit haar tas een knalrode paraplu.

Comments

  1. KJ - 1 november 2012 @ 15:45

    Fijn dat je weer bezig bent 'tijn!

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *