Marzel

‘De dokter zei dat ik onwijs veel marzel heb gehad.’ De man wijst naar zijn hoofd. ‘Een paar centimeter naar rechts en ik had hier niet gezeten.’ De barvrouw krult haar onderlip. Ze pakt het lege glas en zet er een nieuw fluitje voor terug. ‘We kennen jou toch niet missen? Dan ken ik de tent wel dichtgooien hier.’

Ze loopt naar de andere kant van de bar, pakt een vaatdoek en begint de bar te poetsen. Een jong stel komt de kroeg binnen. Ze dragen dezelfde paarse sjaal. Van een studentenroeivereniging, als ik me niet vergis. ‘One hundred and eighty!’ roept de mannelijke helft. Ze voegen zich bij twee dartende jongens achter in de kroeg.

‘En ietsje meer naar links, dan hadden ze me volledig motten ow-pe-wrirw-wruh.’ Dit laatste woord proef ik een paar keer op mijn tong. De poëzie van plat Leids. ‘Ja, echt hoor. Ze tillen je schedelpan op als een hamburgerbroodje. Dat zei die dokter nog.’ De barvrouw kijkt er verdrietig bij. ‘Maar voor één keer had ik marzel. Dat ken je soms hebbe.’ Hij gooit zijn fluitje leeg en doet een greep in het bakje met nootjes. Ik zie een grote roestvrijstalen bakplaat voor me. Een meisje met een rood schort en een ongeïnteresseerde blik staat met een spatel schedelpannen om te draaien. Op de bar staat weer een nieuw fluitje.

Achter in de kroeg klinkt gejuich. Het meisje heeft de bull geraakt. Een van de jongens komt naar de bar gelopen en vraagt om een fles champagne. ‘Weddenschap verloren,’ zegt hij. Hij haalt zijn schouders op en zucht. De man die marzel heeft gehad slaat hem op zijn schouder. ‘Doe mij ook maar een biertje dan.’ Een knipoog. Ze proosten en de jongen schudt zijn hoofd. ‘Ongelooflijk. Geef haar nog honderd pijlen en ze mist ze allemaal. Maar ja…’ Met de fles champagne in de ene hand en vier glazen in de andere loopt hij terug naar het dartbord. De man en de barvrouw kijken elkaar aan en weten genoeg. Dat ken je soms hebbe.

Leidsch Dagblad, 26 januari 2018

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *