Makelaar

Het huis dat we bekijken staat aan een drukke weg. De tweedehands-autodealer direct ernaast valt net buiten het kader van de fundafoto’s. De speeltuin die dit buurtje zijn kindvriendelijkheid moet verlenen, is verlaten. En, zo blijkt als je dichterbij komt, al enige decennia niet onderhouden. Onkruid en mos doen dienst als rubberen tegels.

De makelaar ontvangt ons met een brede lach op zijn smalle gezicht. Hij leidt ons door een nauwe gang die uitkomt in de woonkamer. “Al die spullen, daar moet je even doorheen kijken.” We doen ons best. Wat ooit een open haard moet zijn geweest, is gevuld met spelletjes en puzzels. Drie kwart van de wand bestaat uit open kasten met speelgoed. Het resterende kwart is lichtbruin geverfd en voorzien van geruststellende mededelingen als ‘In dit huis heeft men lief’ en ‘Vandaag is een geschenk’.

De krappe keuken is een feestje van bruin, beige en bloemetjespatronen. “Ja, die kleuren, daar moet je even doorheen kijken,” adviseert de makelaar. Op het vuur staat een pan met een goedje dat het midden houdt tussen erwtensoep en doodgekookte broccoli.

We lopen door naar de bovenverdieping, die ongeveer 1 meter 90 hoog is. Gelukkig heb ik mijn stekeltjeskapsel al op mijn zestiende vaarwel gezegd. De badkamer ‘oogt klein, maar heeft alles wat je nodig hebt’, zo concludeert de nog steeds goedlachse makelaar. Een sober man, blijkbaar, die zich zelf ook nog iedere morgen in een trapkast met warmwateraansluiting wurmt voor een verfrissende douche. Als je je armen wilt afdrogen, moet je de deur openzetten.

Tot slot bereiken we een klein kamertje met drie kinderbedden, een commode en een speelkleed. Aan weerszijden van het kleed steken sliertjes gelige vloerbedekking omhoog met hier en daar een bruine plek. “Hier kunnen ooit de kindertjes slapen,” knipoogt de makelaar. “En ja, die vloerbedekking… Daar moet je echt even doorheen kijken.” Hij schuift het speelkleed een stukje opzij. “En de ruiten dan?” vraag ik. Op mijn vriendins gezicht meen ik een voorzichtig lachje te zien, al kan het ook milde ergernis zijn. “Overal dubbel glas, behalve op de benedenverdieping en in dit kamertje.” Ik knik zoals mensen knikken die een serieuze vraag hebben gesteld.

Buiten schudden we de makelaar de hand. Een vrachtwagen trekt voorbij en het huis lijkt even te schudden. “Ja, die drukke autoweg.” Hij kijkt fronsend om zich heen. “Daar zul je maar aan moeten wennen.”


Leidsch Dagblad, 14 april 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *