Lift

Wie een klein uitgevallen baby met zich meedraagt, zit in een ziekenhuislift nooit zonder een praatje. Tot voor kort bleven mijn gesprekken in liften altijd beperkt tot een beleefd ‘goedemiddag’ – gesteld dat het middag was. Kom daar als jonge ouder maar eens om. De hele rit van 10 naar 0 moet je aanhoren hoe ongekend schattig zijn hoofdje is, wat een énig mutsje zij op heeft en hoe cute zijn minivingertjes met zijn mininageltjes wel niet boven het dekentje uitkomen. Tref je iemand uit de doelgroep van Henk Krol – wat soms wil gebeuren in een ziekenhuis – dan volgt daarop een verhaal over de eigen kleinkinderen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het schitterend. Geef me een paar weken en ik heb iedere ‘ik’ vervangen door ‘papa’. Ik zal ‘kleine dondersteen’ zeggen en het compleet normaal vinden.

Ook in ons voorlopig laatste tochtje met de lift kunnen onze kinderen op de nodige belangstelling rekenen. Alles bij elkaar staat er voor een eeuw of vier aan geriatrisch materiaal in onze Maxi-Cosi te kwijlen. Als verstandige papa heb ik gelukkig altijd een spuugdoekje in mijn zak zitten. Een man die sprekend op Jan Terlouw lijkt zegt ‘Zeg maar nee, dan krijg je er twee’. Drie vrouwen ruziën over wie van de kinderen het schattigst is.

Op de zesde verdieping rijden er twee dames met een schoonmaakkarretje de lift in. Hun hoofddoeken hebben felle kleuren. Twee verdiepingen lager stappen ze weer uit. Nog voor de liftdeur is dichtgevallen, beginnen ze de vloer te schrobben. Achter de deur is de stemming omgeslagen. De zojuist nog vertederde oudjes hebben nu de pest in. “Praten kunnen ze zeker niet,” vermoedt Terlouw. “Een vriendelijk woordje kan er niet vanaf,” vindt een van de vrouwen, die ik zelf niet op een groet heb kunnen betrappen. “Maar onder mekaar kunnen ze wel praten hoor,” zegt een ander.

We bereiken de begane grond zonder dat er nog iemand naar de baby’s omkijkt. ‘Fijne dag nog!’ roep ik op volume Beter Horen als we de lift uit stappen. De kwijlende man kan nog net een ‘daag’ produceren. De twee dames staan nog bij te komen van zoveel onaangepastheid. Pas na een paar tellen realiseren ze zich dat ze beneden zijn. Stapje voor stapje duwen ze hun looprek over de prachtig glanzende ziekenhuisvloer.

 


Leidsch Dagblad, 17 maart 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *