Kleintje

“Ik ga je even zoenen, hoor!” Een terrasboot op de Nieuwe Rijn, een bloedhete dag in september. Twee meisjes van een jaar of achttien beuken hun hoofden tegen elkaar, waarbij ze allebei ‘mwah! mwah! mwah!’ roepen. “Oh my god, Vick,” zegt het ene meisje. “Hoeveel weken ben je nu?” Vick schuift wat met haar voeten. “Zes weken.” – “Oh my god. Dan leeft het al en zo!” Ze knikt en steekt haar hand op om nog een drankje te bestellen. “Soms denk ik dat ik iets voel schoppen. Maar volgens mijn moeder kan dat nog helemaal niet.” Haar vriendin kijkt verbaasd. “Wat weet die er nou van?”

Een gehuurde sloep vol bezopen zestigers komt voorbij. Een rood aangelopen man staat op de voorplecht een verhaal af te steken, van tijd tot tijd klinkt gelach. Hij wankelt even; de schipper ondersteunt hem. Het gelach klinkt harder, maar de man gaat door met zijn verhaal.

Vick en haar vriendin bestellen twee Radlers 0.0 om het te vieren. “Echt tof, man. Hoe reageerde Kevin?” Vick kijkt naar het tafeltje. “Nee!” roept de vriendin. “Nee, dat meen je!” Ze lachen allebei terwijl de serveerster hun glazen neerzet. “Wanneer wilde je ’t hem vertellen dan?” Ze trekt haar schouders op. Net onder haar sleutelbeen staat een tekst geschreven. Een naam met een hartje, zo te zien.

“Ik weet niet of ik hem er wel bij wil hebben. Hij lijkt me gewoon geen vader of zo.” Even laat ze haar blik over het water gaan. De sloep heeft aangelegd aan de overkant. De man heeft een lied ingezet, de rest van het gezelschap valt bij. Een nummer van Guus Meeuwis met een eigen tekst. Kedeng-kedeng.

Vick schudt haar hoofd. “We waren sowieso even ‘on a break’.” De vriendin knikt. Ze haalt een pakje sigaretten uit haar tas en kijkt vragend. Vick vindt het goed. “Mijn moeder rookt ook binnen.” Het meisje gaat achterover zitten en blaast kleine rookwolkjes uit.

“Het zal wel schrikken zijn voor hem, denk ik,” zegt de vriendin. Vick speelt met een bierviltje, begint dan te lachen. “Nou ja, een kleintje had hij toch al.” Haar vriendin verslikt zich in haar sigaret, ze maakt wilde gebaren met haar arm. “Weet je trouwens zeker dat het van hem is,” vraagt ze als ze is uitgelachen.

Vick blijft stil. Het gezicht van de vriendin verstijft. “Nee. Nee! Oh my god, Vick. Slet! ” Terwijl de rode man aan de overkant op een haar na de gracht in wandelt, bestellen de meisjes nog een Radler. Lachend stoten ze hun glazen tegen elkaar. Op het kleintje, al dan niet van Kevin.


Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (23-09-2016)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.