Joden (non-fictie)

‘Er is altijd een volgende trein,’ spreekt de orthodoxe jood filosofisch.

Naast hem staat een man in een Ajax-trainingspak. Joden onder elkaar; ik verzin het niet. En dan gaat het ook nog over een trein. Nogmaals, voor alle duidelijkheid: ik heb het niet bedacht. Ze staan er echt, bagagehal 1, band 6.

Danny Blind-waardige pijpenkrullen dansen onder een grote zwarte hoed.  Deze man heeft geen haast. ‘Er is altijd wel een volgende trein,’ herhaalt hij. Om te slopen, hoor ik zijn buurman denken.

Had deze buurman een PSV-trainingspak aangehad, dan was dat natuurlijk een stuk minder pikant geweest . Wel had hij dan in plaats van om te slopen, kunnen denken: om voor te springen. Elk nadeel, et cetera. Maar goed, ik dien de waarheid en niets dan de waarheid.

De man in trainingspak heeft zijn wieltjessporttas van de band gehaald. De andere jood moet nog even wachten. Maar daar heeft hij, zo was al duidelijk, geen moeite mee. Hij vertelt me dat zijn grootvader een Nederlandse katholiek was, vandaar de achternaam Van Buuren. Zelf is hij, geboren Amerikaan, voor het eerst in Holland.  Speciaal voor de bollenvelden is hij in mei gekomen.

Bloembollen, ook dat nog. Ik kan er echt niets aan doen. Zul je zien dat straks Harry Mulisch staat te wachten in de aankomsthal, één hand aan zijn pijp en in de ander een bordje met  Herr Günter Grass.

Maar nee, geen dode schrijvers in de aankomsthal. Ik zeg de joodse meneer gedag en wijs hem de weg naar het treinstation. Hij zwaait nog een keer terwijl hij de pas geopende Ajax-fanshop passeert.

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *