IJzeren doelen

De IJzeren doelen, het Rooie veldje, de Sporthal. De voetbalveldjes in Katwijk-Rijnsoever waren niet alleen talrijk, ze droegen ook prachtige namen. Die kregen ze van ons, de jongens die er voetbalden. Allemaal hadden ze hun eigenaardigheden, hun eigen bijzondere karakter.

Op het Rooie veldje, dat rood betegeld was, moest je voorzichtig zijn met schieten. De sloot was dichtbij en het hek afwezig. Hetzelfde gold voor het naamloze veldje tussen de Kreeft en de Krab. Daar werd na een paar jaar een mooi groen hek geplaatst aan de kant van de huizen, bij de man die altijd dreigde dat hij onze bal lek zou steken. Het leek alsof hij hele dagen voor het keukenraam stond te wachten tot er weer een jochie onder zijn lelijke Toyota kroop om een bal te pakken. Aan de slootkant vond de gemeente een hek kennelijk onnodig.

De IJzeren doelen dankte zijn naam, je raadt het nooit, aan de dikke, ongeverfde stalen doelpalen. Deze waren zo vierkant dat ballen er nooit binnenkant-paal ingingen. In mijn beginjaren was de IJzeren doelen een grasveld. Dat weet ik nog goed vanwege een ervaring met een hand en een hondendrol. Van mijn moeder kreeg ik toen keepershandschoenen.

Dit veldje was bij ons geliefd omdat we er wedstrijden speelden tegen de jongens van de flats aan de Helmbergweg. Hier zaten een paar getalenteerde ventjes tussen van wie we dachten dat ze profvoetballer zouden worden. Dat bleek mee te vallen: net als wij strandden ze halverwege de jeugdopleiding van vv Katwijk. Het veldje bleef ‘de IJzeren doelen’, ook toen er allang aluminium doelpalen stonden die veel te veel leken op al die andere doelpalen.

Bij de Sporthal, het veldje vóór Sporthal Rijnsoever, moest je op het juiste moment aankomen. Hier waren soms groepen volwassenen bezig, met hesjes, pionnen en flesjes water. Vaker werden de bankjes langs het veld ingenomen door bomberjackjongens met scooters en sigaretten. Dat voetbalde toch minder prettig. Het fijne van dit veldje was dat er aan beide kanten hekken stonden. Als je de bal hier in de sloot kreeg, had je iets verkeerd gedaan. Het is me meermaals gelukt.

Zo waren er nog talloze pleintjes en veldjes in onze buurt, met en zonder namen. Soms koos je bewust voor het ene, soms verkaste je noodgedwongen naar het andere. Bal mee en lopen maar. En nu wandel ik een paar kilometer verderop door Oegstgeest-Noord, me afvragend of mijn zoon en dochter straks ook zulke pleintjes en veldjes zullen hebben. Of ze zich die ook altijd blijven herinneren. En vooral: welke prachtige namen ze eraan zullen geven.

Leidsch Dagblad, 17 november 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *