Groggy

Twee magere jongens met slordige baardjes en een capuchon over hun pet praten een treinreis lang over boksen. Of over een sport die daarop lijkt. Hoe sick die fight wel niet was, hoe lijp die comeback van Johnson of Jones. Ze prijzen de een of andere Amerikaan de hemel in omdat hij zo normaal doet en geen doping gebruikt. In sommige sporten is het makkelijk scoren. ‘De beste aller tijden van de laatste paar jaar’, claimt de ene jongen. Dat vindt de ander ook.

Op Leiden Centraal stappen drie Schotse jongemannen in. Qua kleding vallen ze niet uit de toon hier: grote sneakers, broeken bij de knieën gescheurd. Ze zijn stomdronken of praten altijd zo. ‘The darts’, daar gaan ze naar toe, dat mogen we best weten allemaal. Om de zoveel tijd zetten ze een lied in dat door de rest van de coupé met rollende ogen wordt ontvangen. Op ieder station vragen ze of ze er hier uit moeten. Op ieder station is het antwoord ‘nee’.

In Den Haag stapt een man in die wat onvast op zijn benen staat. Als een verliezende bokser beweegt hij zich door het gangpad. Hij verspreidt een geur van lange nachten slaap met het raam dicht. In het lege stukje 1e klas valt hij op een stoel neer. Al die tijd is hij in gesprek, maar niet aan de telefoon. Deze man discussieert met zichzelf. Met armbewegingen zet hij zijn beweringen kracht bij, tot de conducteur zich mengt in het gesprek. De man zoekt mopperend een plekje in de 2e klas op.

Natuurlijk komt hij naast me zitten. Hij roept naar de Schotten, wil mee naar ‘the darts’. Ze lachen hem uit, negeren hem. Nog steeds in het Engels wendt de man zich tot de vechtsportjongens. Die praten maar door over een legendarisch gevecht van de beste aller tijden van de laatste paar jaar. Ze gebruiken het woord ‘groggy’. De man kijkt opzij, de trein mindert vaart. Ik vraag of ik erlangs mag. In zijn eigen tempo staat hij op. ‘Of course, man’, zegt hij. De Schotten vragen me of ze er hier uit moeten. Eindelijk is het antwoord ‘ja’. Met vaste tred stappen ze de trein uit. Ze bedanken me, geven me alle drie een hand. En praten inderdaad altijd alsof ze stomdronken zijn.


Leidsch Dagblad, 7 april 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *