Fijne dagen

“Ik voelde me gewoon belazerd, Ramoon.” Hij duwt het laatste stukje oliebol naar binnen terwijl Ramoon de poedersuiker van zijn schouder veegt. Ze legt haar wanten op de houten sta-tafel, warmt haar handen aan een mok met glühwein. Naast haar staat een ventje met een chocolademelksnor. Hij kijkt aandachtig naar een kerstman die ‘Let it Snow’ zingt.

“Als er staat ‘ijs inclusief’, dan ga ik niet betalen voor een softijsje. Simpel. Daar boek ik geen all-inclusive voor.” In zijn mondhoek is nog wat poedersuiker zichtbaar. “Maar ja, Nederlands spreken ze ook al niet, dus leg het maar eens uit.” De kerstman is inmiddels doorgelopen, het jongetje stort zich opnieuw op zijn chocolademelk.

“Snap ik, Don, maar ik wil gewoon naar Turkije. En Jake ook. Toch, Jake?” Maar Jake is al weggelopen. Met de beker in zijn hand wandelt hij naar de levende kerststal. Voor de koe blijft hij doodstil staan. “Je moet gewoon goed op die site kijken,” zegt Ramoon. “Of ze Nederlands spreken. Dat staat er altijd bij.”

Don kijkt moeilijk, plukt wat aan zijn mouw. “Ik dacht: waarom gaan we niet gewoon naar mijn ouders? Op die camping is plek zat. En er is een verwarmd zwembad.” Hij wacht even, om dat laatste punt goed in te laten werken. “Oké, het is niet de Turkse Rivièra, maar het scheelt wel een hoop geld.” Weer een strategische pauze. Ramoon neemt een stevige slok glühwein. “Ik wil naar de zon, Don. Niet naar Noordwijkerhout.” Ze knalt haar mok op de tafel. Jake staat nog altijd ademloos voor de kerststal. De zingende kerstman is er ook bij komen staan. ‘It’s the most wonderful time of the year’.

“Ik wil zon en ik wil eten wanneer ik daar zin in heb. Is dat zo moeilijk?” Ze trekt haar wanten weer aan en roept haar zoontje. Met één want haalt ze de chocolademelk van zijn bovenlip. “Waarom moet jij altijd zo moeilijk doen? Wat kan jou dat ijsje nou schelen?” Don haalt zijn schouders op. Hij trekt een pak shag uit zijn achterzak. “Het gaat niet om dat ijsje. Ik voelde me belazerd. Gaan we naar huis?” Ramoon pakt de hand van Jake. “Jij wil naar Turkije, hè boef?” Het ventje rukt zich los en rent naar een reusachtige kerstboom vol knipperende lichtjes. Ramoon vloekt. ‘It’s the happiest season of all’, zingt de kerstman.

Leidsch Dagblad, 16 december 2016

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *