In de hoek van het café zit een man met een stalen gezicht op knoppen te rammen. Lichtjes springen wild over de kast, getallen verdwijnen even snel als ze verschijnen. De man draagt een lichtblauw pak van linnen dat Italiaans bedoeld is. Bovenop de gokkast staat een fluitje waar hij soms secondenlang zijn hand om laat rusten, waarna deze weer afzakt naar een knop of gleuf. Zo bedachtzaam als hij zijn linkerhand verplaatst, zo onbehouwen raast zijn andere hand van lichtje naar lichtje. Hij draait kort zijn hoofd om als een vrouw met een spuitbusbruine huid de kroeg binnen stapt.

Haar spaghetti-shirtje en plateauschoenen hebben dezelfde kleur, wat niet zou opvallen als die kleur niet knalroze was. Zonder dat ze iets hoeft te zeggen, krijgt ze een flesje Fanta van het barmeisje, dat moet lachen. Ze wijst naar het rietje en dan naar het topje. ‘Ja,’ zegt de vrouw, en zet het rietje aan haar lippen. Even kijkt ze op als de man in de hoek ‘tyfus!’ roept.

Het meisje gaat glazen spoelen die de komende uren niet nodig zullen zijn. Verderop aan de bar zit een man gebogen over een sportkrant. Hij heeft een baard en een bril, maar zal door niemand voor hipster worden versleten. Hij moppert over de bondscoach en het bord voor diens kop. Het meisje hoort het aan, spoelt de glazen – ze heeft geen mening over Danny Blind. De man aan de knoppen zwaait met zijn armen; ze tapt een nieuw fluitje.

Op het scherm naast de gokkast zijn twee oud-voetballers met elkaar in gesprek. De krantenlezer komt af en toe overeind, kijkt met een strak gezicht naar de tv en buigt zich dan hoofdschuddend weer over de bar. Als de wedstrijd begint, vouwt hij de krant dicht en installeert zich dichter bij het scherm. Het barmeisje zet bakken met nootjes neer en haalt een nieuwe Fanta. “Gezellig hè,” zegt ze. De roze vrouw, die zit te appen, heeft het niet gehoord. De man naast haar maakt zich kwaad over de opstelling. Ik drink mijn glas leeg en besluit thuis verder te kijken.

Als ik opsta, klinkt vanuit de hoek een doffe klap. De man in het lichtblauwe pak ligt een paar tellen roerloos op zijn rug. Dan beweegt hij zijn hoofd. “De tyfus!” roept hij, terwijl hij traag overeind komt. Hij pakt zijn fluitje, drinkt het leeg en beent wankel de kroeg uit. Het meisje zet de kapotte kruk recht, de man met de baard schudt zijn hoofd. De vrouw in het roze zuigt haar Fanta naar binnen.

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (09-09-2016)