Doorfietsen

“Nee joh, maakt niet uit. Tommy Simpson had ook geen hartslagmeter.” Onze wegkapitein en huisjongste weet het zeker: we zijn prima voorbereid. Het is juli 2010. Vier Leidse huisgenoten zijn op fietsvakantie in Frankrijk. Pas sinds deze zomer draagt het huis met recht de naam ‘Hoge Spons’.

De capaciteit van de Toyota Picnic is ten volle benut: vier man, vier koffers, twee tenten. Twee fietsen bovenop, twee fietsen achter. De overige vierkante centimeters zijn opgevuld met flesjes water en zakken pasta. Op het dak staat het strakke Pinarello-carbon gebroederlijk naast het harde staal van een oude Giant Peloton 7000. Het Vlaamse zonlicht tekent een boeiend gevecht af op de vluchtstrook: Chris Froome slaagt er niet in Hennie Kuiper te lossen.

Onderweg naar het hoofdgerecht, de Mont Ventoux, pakken we bij wijze van voorbereiding een andere berg mee: de Col du Glandon. “Wel pittig, niet superzwaar,” oordeelt de wegkapitein. Als we een beetje doorfietsen hebben we alle tijd om in het wintersportdorp een leuke kroeg uit te zoeken. ’s Avonds speelt het Nederlands elftal de WK-finale tegen Spanje.

Omdat de voet van de berg lastig te vinden is, beginnen we later dan gepland aan de klim. Midden in juli, midden op de dag: het is onze eerste noch onze laatste beginnersfout. In het begin is het gezellig. We dollen wat, jutten elkaar op. Tot de klim echt begint. De huisjongste – tevens de enige met een hartslagmeter – neemt direct de benen. Voor de andere drie is het overleven, elk in zijn eigen tempo. Na de eerste bocht leg ik mijn lichtste verzet er al op. Nog 18 kilometer klimmen.

Halverwege word ik ingehaald door een groep zwevende Italianen. Mannen met lycra-pakjes om buiken die niet gemaakt zijn voor lycra-pakjes. Dat gewicht compenseren ze met hun materiaal: de Bianchi- en Colnago-fietsen wegen minder dan mijn bidons. Zestien geschoren seniorenkuiten trekken soepel aan me voorbij. Bij het laatste paar meen ik een treiterig lachje te horen.

Als ik de laatste bocht doorkom, merk ik mijn vrienden op. Ze rennen naar me toe, schreeuwen me het laatste stuk omhoog. We schelden, omhelzen, kloppen op schouders, lachen de pijn uit de benen. Nog nooit smaakte lauwe cola zo goed. We dalen af, laden de fietsen in de auto, zetten koers naar de camping. En missen de aftrap van Nederland – Spanje.

Leidsch Dagblad, 30 juni 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *