Döner

Het meisje naast me vouwt een vettig papiertje open. Een broodje döner bij wijze van avondeten. De trein had een kwartier geleden moeten vertrekken. ‘In Rusland rijdt toch ook alles op tijd’, zegt een kritische meneer aan de overkant. Niemand vraagt hem wanneer hij daar voor het laatst is geweest. Hij heeft een Albert Heijn-tas bij zich met een regenpak. En zijn moeder. Met een smerig gezicht kijkt hij naar het dönermeisje. Ze glimlacht terug.

De moeder van de man is een vrouw die denkt dat ze fluistert. Dat kunnen mensen soms hebben, vanaf een bepaalde leeftijd. Het spijt me wel, maar meestal zijn het vrouwen. ‘Dat is toch geen eten voor zo’n meisje,’ bromt ze. Haar hoofd gaat wild heen en weer. ‘En ze is nog lelijk ook.’ Nu fluistert de zoon haar iets in het oor, iets wat moet zorgen dat ze haar mond houdt. Ze kijkt beledigd. ‘Het is toch zo?’ Ze kijkt even om zich heen. Ik zeg maar niks.

Een verhaal van mijn moeder schiet me te binnen. Ze zegt dat het echt gebeurd is. We staan ergens in een lift, met een ander klein jongetje en zijn moeder. Een jongen met het down-syndroom en een pleister op zijn oog. ‘Kijk mam, dat jongetje!’ De moeder reageert niet, die weet wat er komen gaat. Mijn moeder kijkt naar de cijfers op het display, nog twee verdiepingen te gaan. Zou de alarmknop ons kunnen redden? ‘Dat jongetje! Dat is raar… hij heeft precies dezelfde schoenen als Willem uit mijn klas!’

De trein is bijna in Leiden, maar al het tempo is eruit. De meneer met het regenpak zucht nadrukkelijk. Zijn moeder stoot hem aan. ‘Zijn we er bijna? Ik word misselijk van die geur.’ Ze wijst nog even duidelijk naar het meisje naast me, dat opnieuw vriendelijk glimlacht. In haar oren zitten geen dopjes. Of ze is een zen-koningin, of ze spreekt geen woord Nederlands. ‘Jaha, moeder’, zegt de man, als Wim de Bie in zijn beste dagen. Hij moppert wat bij zichzelf over de hopeloze spoorwegen. Dan staat de trein stil. Het meisje staat op en verlaat de coupé. Op het uitklaptafeltje ligt het vel papier met een half broodje döner. ‘Zo doen we dat tegenwoordig…’ zegt de man. Zijn moeder schudt haar hoofd. Haar zeer lichtblauwe krulletjes zwiepen heen en weer. ‘En ze is nog lelijk ook.’

Leidsch Dagblad, 15 december 2017

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *