“Het komt allemaal wel heel dichtbij, hè,” zegt de vrouw, terwijl ze drie zoetjes in haar koffie laat vallen. Er volgt iets wat bedoeld zal zijn als een betekenisvolle stilte. De man tegenover haar bromt iets: dat ze gelijk heeft, dat het onvoorstelbaar is, dat ze nu toch echt even haar grote smoel moet houden – ik heb geen idee, hij wordt overstemd door een koffiemaler. Dat krijg je in een koffietentje dat zo hip is dat er uitsluitend filterkoffie wordt geserveerd. In plaats van het gebruikelijke glimmende espresso-slagschip staan hier ouderwetse koffiezetapparaten, opschenkkannen en filterhouders op de toonbank.

“Stel je eens voor wat er gebeurd was als die man dat voetbalstadion in was gekomen,” gaat de vrouw verder. Ze schudt langzaam haar hoofd. De man roert in zijn koffie – hoeveel zoetjes zal hij erin hebben? “Ik stel het me juist liever niet voor.” Hij pakt de menukaart erbij. Een mens wordt nu eenmaal vrolijker van worteltaart met walnoten dan van bomgordels. Terwijl de vrouw haar zorgen één voor één uitspreekt en de man haar zo goed en zo kwaad als het gaat geruststelt, probeer ik me te concentreren op de smaak van de koffie. De barista van dienst heeft me net verteld dat dankzij het extra lange zetproces alle aroma’s volledig tot hun recht komen. Ik geloof ‘m.

“Ik weet niet wat ik zou hebben gedaan, hoor.” Ze kijkt uit het raam. Het is een vraag die ik mezelf ook vaak stel, waarschijnlijk iedereen wel: hoe zou ik reageren? Hoe koelbloedig zou ik zijn, op een schaal van Pietje Paniek tot Adel Termos? Die laatste, het is u vast niet ontgaan, wierp zich in Beiroet op een naderende terrorist en redde daarmee vele levens, waaronder dat van zijn dochter. Het antwoord is natuurlijk nooit te geven, tenzij… Verrek, ze hebben ook lemon cheesecake. Ik wenk de serveerster.

“Dat weet je nooit,” zegt de man – diep gebogen over het restje onderin zijn kleine koffieglaasje. De vrouw staart nog altijd naar buiten, ze lijkt het niet te horen. “Nee, dat weet je nooit.”

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (20-11-2015)