Dat hebben ze vaker gedaan met z’n tweeën. De man strijkt snel nog even met een spuughandje zijn twee haren de juiste kant op, de vrouw loopt achteruit met de camera voor haar gezicht. Ze telt haar stappen als een scheidsrechter. Haar man geeft aanwijzingen – of bevelen –  de vrouw volgt ze op. Een geoliede machine.

Als ik moest raden, zou ik zeggen: Hongarije. De man heet misschien wel Gabor en, wie zal het zeggen, waarom zouden ze geen prachtige achternaam als Kovács of Puskás kunnen hebben?

Het is maar goed dat het zaterdagochtend vroeg is, dat er nog geen hond op straat is en dat de coffeeshop nog dicht is. Onder minder gunstige omstandigheden was mevrouw Puskás al een keer of drie platgereden, vrijwel zeker door een geblindeerd Golfje dat meer speakers dan gordels heeft. Met wat geluk zou ze, boven het zware gebonk uit, het getoeter opvangen en net op tijd wegspringen. ‘Teerrr op  juh, darrrm!’  Meneer zou zijn hoofd schudden en direct weer zijn pose aannemen. Een professional.

Maar het is zaterdagochtend, nog voor achten. Alleen wat hardlopers passeren het stel, dat nog steeds alle tijd neemt. Meneer blijft maar aan zijn praktisch kale hoofd plukken.

Na een minuut of vijf is het dan toch echt gebeurd. Hij staat erop, onze Lambik, vereeuwigd met de stadspoort. Nederig laat mevrouw hem het resultaat zien. Hij kijkt wat ontevreden, maar neemt er zo te zien genoegen mee. We doen het er maar mee. Dat moet hij vaker hebben gedacht.

Langzaam loopt het Hongaarse stel verder, op weg naar een volgend fotomoment. Dat zal Molen de Put wel worden. En daarna de jonge Rembrandt.  Misschien dat mevrouw Puskás er ook een keer op mag?

En dan zie ik nog net hoe meneer zijn arm om mevrouw heen slaat en lacht.

Godzijdank, meneer  Puskás  lacht. Dat hadden we even nodig. De crisis mag voortduren, de herfst mag een voorschot nemen op een bar koude winter en het vertrouwen in politiek en overheid mag gestaag blijven kelderen. Niets aan de hand mensen, gaat u maar rustig slapen.

Meneer Puskás lacht.

 

———
Verschenen in:
Leidsch Dagblad (22-11-2013)