Bij Banketbakker Jacobs staan de mensen tot buiten in de rij. De warme broodjes gaan als oranje tompoucen over de toonbank, of andersom. Op een meter of vijftig drijft een ouderwetse voetbal in de gracht. Tenminste, dat zou je denken. Het blijkt de bovenkant van een hoofd. Het is de ochtend van de eerste Koningsdag. Er vormt zich een steeds grotere groep toeschouwers, terwijl veel marktkooplui rustig doorgaan met het aanprijzen van hun waar.

‘Is er een demonstratie,’ vraagt een vrouw aan een politieagente, niet zonder enthousiasme. De agente schudt haar hoofd.

Twee duikers ontfermen zich over het lichaam, dat volgens de meeste omstanders moet hebben toebehoord aan de Engelse jongeman die sinds een week vermist is. Later lees ik dat zijn naam Wayne Davies is. Een naam als een rockster, vind ik, al kan dat ook door mijn voorkeur voor The Kinks komen.

‘Kijk eens hoe goed de zaken gaan!’ roept een bloemenverkoper, wijzend op de mensenmassa voor zijn kraam. Hij staat met zijn rug naar het tafereel en verkoopt daadwerkelijk een bos bloemen.

Met een grote witte zak, waar ongetwijfeld een vakterm voor is, wordt de man de kade op getrokken. Twee schoenen steken uit, voor de rest is er weinig van het lichaam te zien. Wat wel te zien is, heeft het bruin van de gracht overgenomen. Brandweermensen houden – hoe toepasselijk – oranje doeken omhoog. De veel te echte demonstratie is voorbij. Mensen maken zich uit de voeten, op weg naar een pond jong belegen, een tweedehands servies of een grabbelton. Bij Jacobs is het nog altijd druk en ook Velvet Music is geopend: ik meen The Kinks te horen als ik langsloop. Natuurlijk heb ik Wayne Davies nooit gekend; hij kan een Well Respected Man zijn geweest, of een clown op wiens dood gedronken mag worden, maar dat beeld zal ik nooit vergeten. Een vergeten voetbal in de gracht.