Konijn

De kinderboerderij oogt verlaten. Aan het groenige stalen hek bungelt een bord dat ons verzoekt ‘de ieren nit te voren’. De geiten komen aangestormd. Ze zijn net zo snel weer weg als blijkt dat we geen eten bij ons hebben. Zoonlief bewondert ze met open mond, zijn zus kijkt ernstig. Ze bestudeert de eenzame pony verderop. Van een afstand tolereert ze dieren.

Bij de konijnenhokken hangen schilderijtjes van Nijntje. In een vliegtuig, in een auto, in de dierentuin. Ze zijn met onvaste hand geschilderd, vermoedelijk door een doelgroep waarbij je daar niets van mag zeggen. Ik wijs naar piloot Nijntje. Het ontgaat de kinderen, die aandachtig kijken naar het gevaarte voor ze. Ik gok een Vlaamse reus. Het beest vult het hok voor zeker de helft. ‘Voer ons niet’, zo raadt een sticker aan. Een boos kijkende Bugs Bunny zet een rode streep door een wortel. In de stenen bakjes zit een klein laagje grijs water.

Naast de hokken is een vierkant pleintje met hooi. Hier mogen kinderen op eigen risico spelen met de konijnen. Als we maar weten dat de directie van de kinderboerderij nergens verantwoordelijk voor is. Die kom je toch zelden tegen op LinkedIn, stafleden van kinderboerderijen. Harry Willems, CEO ‘t Lachende Lammetje. Was voorheen: Vicepresident Zorgboerderij Mak-An. Terwijl de zoon wild met zijn armen maait naar de langshupsende konijnen, zet de dochter het op een gillen. Pas als ik haar optil, houdt ze op.

Terug bij de hokken is ze gekalmeerd. Vanaf vijf meter lacht ze. Ze wijst naar het konijn. Twee stappen dichterbij kijkt ze serieus. Nog een stap. Hysterisch gekrijs. Ze stopt pas als ik weer achteruitstap. Je kunt niet zeggen dat ze niet duidelijk haar grenzen aangeeft. Broerlief heeft ondertussen de grootste lol met een albinokonijn, dat wegrent als hij het wil aaien.

Een uurtje later leggen we de tweeling in bed. Allebei wrijven ze in hun ogen. Haar broer slaapt al wanneer ik de dochter haar knuffelbeest geef. Vaste prik: zonder valt ze niet in slaap. Ze kauwt in de lange oren van het lichtblauwe konijntje en langzaam zie ik haar ogen dichtvallen.

Leidsch Dagblad, 12 januari 2018

Geef een reactie

Your email address will not be published / Required fields are marked *