Maandelijks archief: december 2016

Fijne dagen

“Ik voelde me gewoon belazerd, Ramoon.” Hij duwt het laatste stukje oliebol naar binnen terwijl Ramoon de poedersuiker van zijn schouder veegt. Ze legt haar wanten op de houten sta-tafel, warmt haar handen aan een mok met glühwein. Naast haar staat een ventje met een chocolademelksnor. Hij kijkt aandachtig naar een kerstman die ‘Let it Snow’ zingt.

“Als er staat ‘ijs inclusief’, dan ga ik niet betalen voor een softijsje. Simpel. Daar boek ik geen all-inclusive voor.” In zijn mondhoek is nog wat poedersuiker zichtbaar. “Maar ja, Nederlands spreken ze ook al niet, dus leg het maar eens uit.” De kerstman is inmiddels doorgelopen, het jongetje stort zich opnieuw op zijn chocolademelk.

“Snap ik, Don, maar ik wil gewoon naar Turkije. En Jake ook. Toch, Jake?” Maar Jake is al weggelopen. Met de beker in zijn hand wandelt hij naar de levende kerststal. Voor de koe blijft hij doodstil staan. “Je moet gewoon goed op die site kijken,” zegt Ramoon. “Of ze Nederlands spreken. Dat staat er altijd bij.”

Don kijkt moeilijk, plukt wat aan zijn mouw. “Ik dacht: waarom gaan we niet gewoon naar mijn ouders? Op die camping is plek zat. En er is een verwarmd zwembad.” Hij wacht even, om dat laatste punt goed in te laten werken. “Oké, het is niet de Turkse Rivièra, maar het scheelt wel een hoop geld.” Weer een strategische pauze. Ramoon neemt een stevige slok glühwein. “Ik wil naar de zon, Don. Niet naar Noordwijkerhout.” Ze knalt haar mok op de tafel. Jake staat nog altijd ademloos voor de kerststal. De zingende kerstman is er ook bij komen staan. ‘It’s the most wonderful time of the year’.

“Ik wil zon en ik wil eten wanneer ik daar zin in heb. Is dat zo moeilijk?” Ze trekt haar wanten weer aan en roept haar zoontje. Met één want haalt ze de chocolademelk van zijn bovenlip. “Waarom moet jij altijd zo moeilijk doen? Wat kan jou dat ijsje nou schelen?” Don haalt zijn schouders op. Hij trekt een pak shag uit zijn achterzak. “Het gaat niet om dat ijsje. Ik voelde me belazerd. Gaan we naar huis?” Ramoon pakt de hand van Jake. “Jij wil naar Turkije, hè boef?” Het ventje rukt zich los en rent naar een reusachtige kerstboom vol knipperende lichtjes. Ramoon vloekt. ‘It’s the happiest season of all’, zingt de kerstman.

Leidsch Dagblad, 16 december 2016

Frisse blik

‘Frissebliksessie’. In de verder doodstille ochtendcoupé blijft het woord hangen als een lastige mug. De vrouw die het uitspreekt, is zo te horen al uren wakker. Het gezoem gaat verder, net als je denkt dat de mug de kamer uit is. ‘Besluitvorming’. ‘Whiteboards’. ‘Managementlaag.’ Na iedere bloedserieuze zin die ze in haar telefoon tettert, stoot ze een nerveus lachje uit. Onbewust, waarschijnlijk. De man naast haar rolt met zijn ogen en grijpt naar zijn koptelefoon.

Die dagen zitten ertussen. De muesli is op, de ochtend te donker, de koffie te slap. Je vergist je in de eerste herfstkou, voelt je handen afsterven op de fiets. De wind en regen zijn sterker dan je capuchon. Iedereen heeft haast, iedereen moet een andere kant op, niemand steekt z’n hand uit. De stalling bij het station is vol, je ov-chipkaart leeg. Je was precies op tijd geweest als je trein niet was vertraagd.

Zo’n humorloze vrouw die continu lacht. Daar zijn vast ook mannen van, maar ik ken ze niet. Nu heeft ze het weer over stiften, die ze natuurlijk geen stiften noemt. Nee, Peter zou voor whiteboard markers zorgen. Nee, niet Monique, Monique is van de indeling. En denk eraan dat ze wel ‘en groupe’ moeten wisselen. Anders moeten ze ieder voor zich op het rooster gaan kijken, dat wordt een bende. Wil ze dat nog even aan Monique doorgeven? Ze lijkt met iedere zin harder te gaan praten, rommelt wat in haar tas en zegt ‘zij wilt’ waar ze ‘zij wil’ bedoelt.

Zo’n dag. Toch weer later van werk vertrokken dan je wilde, toch weer donkerder dan je dacht. Ja, vergeten die fietslampjes te kopen. Je zadel is zeiknat, had je dat lelijke reclameplasticje maar niet moeten weggooien. Bij de Albert Heijn zijn de mandjes op. Mensen treuzelen voor het koelschap, altijd bij het product dat jij nodig hebt. Je bent de enige Nederlander die geen bonuskaart heeft. Na het afrekenen bedenk je nog drie producten die je mee had moeten nemen. Voortaan in het weekend boodschappen doen, had je jezelf beloofd. Voor de hele week, zoals grote mensen doen. Het is nog iets harder gaan regenen, met je zomerschoenen glip je van je trappers en je tasje scheurt net niet van je stuur. Koken, eten, douchen, naar bed. Morgen met een frisse blik weer op.

 


Leidsch Dagblad, 11 november 2016

Pakjes

Niks zwartepietendiscussie. Bij ons in de familie is de jaarlijkse Sinterklaasvete weer geopend: kamp lootjestrekken versus kamp dobbelsteenspel. Dit laatste behelst een proces waarbij net zo lang goedkope teringzooi wordt doorgegeven totdat ook de laatste deelnemer kotsmisselijk is van de chocoladekruidnoten, waarna iedereen met ten minste vier ongewenste producten huiswaarts keert. Tussendoor wordt er met een dobbelsteen gegooid. Voorstanders van het lootjestrekken daarentegen bepleiten een ouderwets gezellige pakjesavond, waarbij de ontvanger een cadeau mag uitpakken dat speciaal voor hem/haar is aangeschaft en dat begeleid wordt door een persoonlijk gedicht. Idealiter wordt de betreffende persoon in dit schrijfsel vakkundig met de grond gelijk gemaakt, zij het met een niet mis te verstane ondertoon van pure liefde.

De laatste jaren is het gedichtenkamp goddank aan de winnende hand, maar een uitgemaakte zaak is het ook dit jaar niet. Misverstanden als ‘het gaat om het spelletje’, ‘we zijn toch zeker geen kinderen meer’ en ‘het maakt uiteindelijk niet uit wat je krijgt’ blijken hardnekkig. En schijnbaar zijn er nog steeds familieleden die niet zitten te wachten op cadeaus van enige kwaliteit met op de koop toe een portie poëtische hilariteit. Liever vragen zij zich iedere paar minuten af of ze de zelfklevende theedoekhoudertjes of het nagelschaartje ‘Touch of Beauty’ naar links gaan doorgeven. Voor de liefhebber: deze laatste is voor 98 cent verkrijgbaar bij de Action (maximaal twee units per klant).

Natuurlijk, er kleven ook nadelen aan zo’n gedichtenfestijn. Er is altijd wel iemand (niet zelden de vader des huizes) die zijn taak als dichter te lichtvaardig opneemt en twee minuten voordat het spektakel van start de laatste hand legt aan zijn bij elkaar gerijmwoordenboekte wanproduct. En dan is er meestal nog de geboren ouwehoer die het gezelschap zes A4’tjes lang verveelt met verhandelingen over een Sint die geen idee heeft wat hij dit jaar weer voor die-en-die moet kopen. Maar nadat je deze pijnlijke vertoningen hebt uitgezeten, kun je tenminste wel een noemenswaardig cadeautje uitpakken. En daar gaat het tenslotte om, nietwaar?

 


Leidsch Dagblad, 4 november 2016