Maandelijks archief: november 2016

Zelfhulp

Na alle ophef over kunstgrasvelden speelde ons nog altijd ongeslagen zevendeklasse-elftal deze week voor het eerst in tijden weer eens op echt gras. Hobbeliger dan de Noordwijkse duinen, deze Alphense mat, maar na afloop kon je wel die ouderwetse kluiten tussen je noppen vandaan peuteren. Ze hadden er zelfs borstels voor staan, van die klassieke rode schoenenpoetsers die ik voor het laatst als pupil gebruikte. Nog lekkerder was het om je noppen daarna een paar keer hard tegen de bakstenen muur te trappen.

Ook de geur in de sporttas is anders wanneer je op echt gras hebt gespeeld, zeker na een paar dagen. Aardser, mannelijker. Muf, dat wel, maar met een zweempje Boer zoekt vrouw. Onze keeper annex vinoloog zou het een toets van truffel kunnen noemen. Op het moment dat deze krant verschijnt is de tas overigens weer fris en klaar voor de volgende zondag. Althans, dat heb ik mijn vriendin beloofd.

Ook mezelf heb ik iets beloofd. Of beter gezegd: een opdracht gegeven – los van het wassen van mijn voetbalkleding. Het is een mentale opdracht, die erop neerkomt dat ik beter om wil gaan met kleine tegenslagen. Ik lees praktisch nooit zelfhulpboeken of managementliteratuur, maar nadat iemand me ‘The 7 Habits of Highly Effective People’ aanraadde, ben ik toch eens gaan bladeren. En daarna gaan lezen. Aanvankelijk met de nodige scepsis (en nog altijd niet zonder voorbehoud), maar één inzicht heb ik er alvast aan overgehouden. Vrij vertaald komt het hierop neer: je kunt je beter richten op de dingen waar je invloed op hebt, dan op iets waar je toch niets over te zeggen hebt.

Klinkt niet zo schokkend, zou je zeggen. Toch betrap ik mezelf erop, vooral op het voetbalveld, dat ik me hiervan te weinig bewust ben. Ik scheld op een medespeler die een ziekenhuisbal geeft, mopper op een scheidsrechter die een situatie anders inschat en vervloek een andere medespeler die mijn briljante steekbal niet begrijpt. Zonder erbij stil te staan dat mijn briljante steekbal zijn ziekenhuisbal is – en andersom. Dat gaat vanaf nu dus anders. Mocht het genoemde (en nog altijd ongeslagen) elftal dit weekend onderuitgaan, dan ligt dat hoe dan ook niet aan de scheidsrechter, de medespeler of het levensgevaarlijke kunstgras. Ik zal de hand in eigen boezem steken en zachtjes bidden om kalmte, moed en wijsheid.


Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (14-10-2016)

Middelvinger

Onder haar zwarte kisten kraakt een tapijt van plastic bekers. Een meisje, een bankje voor het station, de ochtend na 3 oktober. Ze draagt een spijkerjack met een gigantische middelvinger en daarboven het woord ‘Troublemaker’. Een schoonmaakwagen nadert, ze gaat nog harder in haar telefoon praten. “Hij snapt mijn levensstijl niet,” hoor ik haar zeggen. Ze schermt één oor af en draait zich half om – dikke vinger voor de schoonmaker.

Verderop op het bankje zit een man met twee kapsels. Van de voorkant Theo Maassen, van de achterkant Ronald Waterreus eind jaren negentig. Daaronder een mouwloos shirt waar ‘I love LDN’ op staat. Tussen zijn voeten klemt de man een halveliterblik Albert Heijn-bier, dat omvalt wanneer hij een meeuw wegschopt. Hij merkt het niet, of vindt het wel best. Uit zijn broek haalt hij een pak shag, dat hij voorzichtig naast zich neerlegt. Hij laat zich achterover op het bankje vallen en laat een boer die het schoonmaakwagentje overstemt.

“Serieus, Samant, hij begrijpt mij gewoon niet.” Ze tilt haar zware schoenen op voor een man met een bezem. “Weet je wat hij van de week zei? Dat hij uit het leven wilde stappen.” De veger kijkt eventjes op. “Dat zeg je toch niet?” Opnieuw verheft ze haar stem. Hier moet ik haar gelijk in geven: zoiets zeg je niet. Auto’s, intercity’s, ondernemingen, daar stap je uit. Boybands, voor mijn part, of de achtbaan op de 3-oktoberkermis. ‘Uit het leven stappen’, dat klinkt alsof je morgen opnieuw in de rij kunt gaan staan. ‘Koop uw penningen aan de kassa voor de volgende rit!’

“Ik zweer je, die gast spoort niet,” zegt het meisje. Ze neemt afscheid van Samant en loopt naar het station. Haar kisten slepen over de tegels, die opdrogen van de poetsbeurt. Ze passeert de man met de twee kapsels, die in slaap is gevallen. Zijn mond hangt een stukje open. Het meisje lacht. Haar middelvinger heeft iets ontwapenends als ze verder stapt richting stationshal – de eerste intercity tegemoet.


Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (07-10-2016)

Me-time

Het is geen bakfiets, het is een huifkar met een stuur waar ze op rijdt. Op de zijkant vormen groene stickers de naam Sem. Ze parkeert het ding op de stoep en ritst een plastic flap open. Alleen Sem stapt uit, hoewel er plaats genoeg was geweest voor zijn complete hockeyteam. Hij geeft moeder een kus en rent naar de overkant van de straat. Moeders zet haar telefoon aan haar oor en ploft neer bij het koffietentje. “Hé schat,” zegt ze. “Ben je al in de buurt?”

Twee minuten later schuift een kopie van de vrouw aan. Zelfde grote ronde bril, zelfde donkerblonde staart, vrijwel dezelfde kan-nog-net-jurk met stipjes. “Dag wijffie,” zegt nummer twee. “Sem al weggebracht?” Ze knikt. “En jij? Lekker aan het werk?” De vrouw moppert wat over papierwerk en nieuwe regeltjes. Maar, voegt ze er snel aan toe, de vrijheid is heerlijk. Ze bestellen allebei thee met een moeilijke naam.

“Morgen heb ik een afspraak bij mijn masseuse,” vertelt Sems moeder. “Even wat me-time.” Haar vriendin kijkt begrijpend terwijl ze roert door haar thee zonder suiker. “Echt hè? Sinds Julia is geboren, ben ik niet eens meer naar de kapper geweest.” Met een glimlach die zegt ‘maar je krijgt er zoveel voor terug’ pakt ze een chocoladekoekje.

“Weet je wat, anders ga je toch gewoon mee? Dat vindt Marieke helemaal gezellig, joh. Mijn masseuse.” Twijfel in haar ogen. Aan alles zie je dat ze er eigenlijk geen zin in heeft. “Ik heb wel een deadline maandag. En ik moet Mees naar repetitie brengen. Anders volgende week?” Volgende week is helemaal prima, vindt Sems moeder. Ze kijkt op haar horloge en dan naar de overkant van de straat. Op dat moment gaat haar telefoon.

“Ja, lieverd? Hm-hm.” Ze blaast in haar thee die allang niet meer heet kan zijn. “En van zijn moeder mag het?” Lachend kijken de vriendinnen elkaar aan. “Is goed, lieverd. Dan haalt papa je vanavond op.” Ze bestelt een extra kop ingewikkelde thee. “Wil je echt niet?” De vriendin staat op. “Nee, ik moet weer aan het werk. Het is niet alleen maar vrijheid hè, als freelancer.” Ze loopt naar haar fiets, een robuust geval met zitjes voor en achter. Echt zo’n fiets die kinderen vervoert zonder hele fietsstroken in beslag te nemen. De moeder van Sem knikt. “Ik snap ‘t, schat.” Het is hard werken, dat weet zij ook wel. Maar je krijgt er zoveel voor terug.


Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (30-09-2016)