Maandelijks archief: januari 2016

The Force Awakens

Ik durf er best voor uit te komen: tot enkele weken geleden had ik geen idee wie of wat C-3PO, Jabba the Hutt en de Millennium Falcon waren. Van Stormtroopers had ik wel een beeld, net zoals ik een vage notie had van namen als Luke Skywalker, Darth Vader en Han Solo. Maar hoe ze eruitzagen, wat hun rol was en in hoeverre ze afweken van de figuren uit Star Trek? Ik had het je niet kunnen vertellen. Mijn ervaring met science fiction – al mag je Star Wars, geloof ik, niet zo noemen – was beperkt gebleven tot 2001 A Space Oddyssey. En ook met fantasy – al mag je Star Wars, geloof ik, niet zo noemen – was ik blijven steken ergens tussen Lord of the Rings III en de eerste Harry Potter.

Tot het aanbod kwam om met een stel collega’s naar The Force Awakens te gaan, deel 7 uit de Star Wars-reeks. Een mooie gelegenheid om de schade in te halen, leek me. Van alle kanten kreeg ik te horen welke delen ik dan zeker eerst gezien moest hebben (en in welke volgorde, want basale wetten als ‘we beginnen bij 1’ en ‘4 komt na 3’ blijken in het Star Wars-universum allerminst zekerheidjes). Goed, het kwam erop neer dat ik precies twee dagen de tijd had om de delen vier tot en met zes te bekijken – de eerste drie konden altijd nog. Er waren er zelfs die fluisterden dat je die best helemaal kon overslaan.

Daar zat ik dan, op een lenteochtend in december, klaar om Star Wars Episode IV: A New Hope te bekijken. Had ik verwachtingen? Ik weet het niet meer zo goed. Hoe je het ook wendt of keert, het is wel Star Wars, een imperium op zichzelf. Het is er, en het lijkt er altijd geweest. Al na drie minuten wist ik niet beter of ik had R2-D2 en C-3PO een jeugd lang, tongetje in de mondhoek, zitten natekenen. Weer een paar minuten later wist ik zeker dat ik me ieder jaar voor carnaval in een Stormtrooper-pak had gehesen. Echt waar, ik zat te genieten, ook al was de verhaallijn dunner dan het dvd’tje, leken de graphics wel uit 1977 te komen en kuchte mijn vriendin (nota bene Harry Potter-fan) van tijd tot tijd in mijn oor dat het allemaal zo ongeloofwaardig was.

Twee dagen en zo’n 6,5 uur Star Wars later, zat ik er klaar voor in de bioscoop. Het aantal uitgedoste freaks viel me eerlijk gezegd zwaar tegen: geen Stormtrooper of lightsaber te zien. Maar wederom was het genieten, ook al werd de verhaallijn er niet dikker op, het 3D-beeld er niet scherper op en Harrison Ford er niet jonger op. Star Wars, weet ik nu, dat is geen sci-fi, dat is geen fantasy. Star Wars is cult, maar dan heel erg groot.

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (08-01-2016)

Wilders en Klaver

#kominverzet

‘Allemaal het land uit. Vechten doen ze maar thuis in hun eigen land. Niet hier.’ Zo reageerde een Nederlandse politicus op het bericht van een vechtpartij in een noodopvang voor vluchtelingen in Apeldoorn. Niet zomaar een politicus, nee, de man die voor de derde keer in vijf jaar door het EenVandaag Opiniepanel werd verkozen tot Politicus van het Jaar. Inderdaad, Geert Wilders. Enkele andere smaakvolle tweets die hij verstuurde: ‘Grenzen dicht voor asielzoekers. Nederland is van ons’, ‘Islam is het probleem’ en de instant-klassieker ‘Politiek en pers kunnen de rambam krijgen. (…) Sukkels.’

Ja, onze Geert, die voelt zo lekker aan wat er speelt in het land. Die begrijpt de zorgen van de Nederlander. Want dat is, als ik ‘de pers’ tenminste goed heb begrepen, de kracht van Geert: hij erkent de angst die mensen hebben. Dat ‘erkennen’ lijkt me in dit geval nogal een understatement – ik zou eerder spreken van ‘aanwakkeren’ of ‘uitbuiten’ – maar daar gaat het even niet om. De mensen voelen zich begrepen door Geert. Dat hij weinig voor ze kan betekenen en niet verder komt dan loze kreten als ‘grenzen dicht’ en ‘stop de islamisering’ is hem vergeven. En oproepen tot haat? Aanzetten tot geweld? Welnee. De mensen hebben het te letterlijk opgevat, dat #kominverzet. ‘Geweldloos’, dat had hij erbij gezegd. Of erbij bedóeld, eigenlijk. Twitter is een lastig medium voor een genuanceerd man als Geert Wilders.

Wat mij betreft is het hele politieke jaar 2015 gevat in één YouTube-filmpje van iets meer dan twee minuten, waarin de politicus van het jaar en snotneus Jesse Klaver elkaar lijstjes voorlezen. U hebt het vast al gezien, maar zo niet: bekijk het en oordeel zelf. Dat Geert Wilders ook in 2015 de favoriet is van het EenVandaag-panel, zegt veel over ons land. Wilt u ook in 2016 gebruikmaken van uw democratisch recht, dan raad ik u aan raadszalen te bezetten, hakenkruizen op burgemeesterswoningen te kalken en hier en daar een moskee of azc in de fik te zetten. Maar wel geweldloos, hè? Gelukkig nieuwjaar!

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (31-12-2015)

volkswagen

Sjoemelen

‘Sjoemelsoftware’ is het woord van 2015. In de verkiezing van Van Dale eindigde het met bijna de helft van de stemmen ruimschoots boven nummer twee ‘poortjesspringer’ en nummer drie (en vier?) ‘je suis …’. Ook het Genootschap Onze Taal kroonde ‘sjoemelsoftware’ tot woord van het jaar. Wat mij betreft volkomen terecht, in de eerste plaats omdat het zo heerlijk bekt: al bij de eerste lettergrepen waan ik me in een sjtetl met een bordje matsebrei. Bovendien leent ‘sjoemel’ zich uitstekend om nieuwe samenstellingen mee te maken. Zo konden we in het kielzog van ‘sjoemelsoftware’ al vondsten als ‘sjoemeldiesel’, ‘sjoemelmotor’ en ‘sjoemel-Volkswagen’ noteren en is het wachten tot de eerste sjoemelstudenten, sjoemelsenatoren en sjoemelsenioren in de krant verschijnen.

Ook inhoudelijk geeft ‘sjoemelen’ het sentiment van 2015 aardig weer. Natuurlijk, het heeft dankzij terrorisme-, vluchtelingen- en aardgasproblematiek zijn meerdere moeten erkennen in de begrippen ‘angst’ en ‘beven’, maar niettemin werd er een hoop gesjoemeld dit jaar. Ik noem een Henk Krol, een Ivo Opstelten en praktisch iedere voetbalbond. Maar ook door onderwijsinstellingen, spoorwegbeheerders en thuiszorginstellingen werd er lustig op los gesjoemeld.

Maar misschien wel de belangrijkste kwaliteit van het woord ‘sjoemelen’: het reduceert de grootste crimineel tot een kattenfilmpjeskijker in rendiertrui. Want zeg nou zelf: frauderen, belazeren, oplichten, smokkelen, rotzooien of zelfs knoeien… Het klinkt allemaal lang niet zo vertederend als sjoemelen, dat niet zozeer juridische vervolging, kamervragen of gevangenisstraf oproept, maar toch vooral een gevoel van ‘foei’ en ‘niet meer doen hè, gekkie’.

Een uitverkiezing tot woord van het jaar, of het nu door Van Dale of Onze Taal is, betekent overigens geen garantie op overleving. Of gebruikt u nog regelmatig de woorden ‘generatiepact’ (2005) en ‘dagobertducktaks’ (2015)? Natuurlijk, blijvertjes zijn er ook: ‘plofkip’, ‘weigerambtenaar’ en ‘selfie’ lijken zich aardig te handhaven. Om het voortbestaan van de sjoemelwoorden veilig te stellen, zit er maar één ding op: ook in 2016 zal er het nodige geprutst, geritseld en gezwendeld moeten worden. Aan politici, bestuurders, bankiers en eigenlijk aan alle Nederlanders dus de schone taak om zich in het nieuwe jaar niet te veel gelegen te laten liggen aan regeltjes, fatsoen en (getverderrie) moraal. Nee! Groot durven denken, investeren, over de grenzen heen kijken… Die ROC-mentaliteit! Toch?

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (18-12-2015)

Dichtbij

“Het komt allemaal wel heel dichtbij, hè,” zegt de vrouw, terwijl ze drie zoetjes in haar koffie laat vallen. Er volgt iets wat bedoeld zal zijn als een betekenisvolle stilte. De man tegenover haar bromt iets: dat ze gelijk heeft, dat het onvoorstelbaar is, dat ze nu toch echt even haar grote smoel moet houden – ik heb geen idee, hij wordt overstemd door een koffiemaler. Dat krijg je in een koffietentje dat zo hip is dat er uitsluitend filterkoffie wordt geserveerd. In plaats van het gebruikelijke glimmende espresso-slagschip staan hier ouderwetse koffiezetapparaten, opschenkkannen en filterhouders op de toonbank.

“Stel je eens voor wat er gebeurd was als die man dat voetbalstadion in was gekomen,” gaat de vrouw verder. Ze schudt langzaam haar hoofd. De man roert in zijn koffie – hoeveel zoetjes zal hij erin hebben? “Ik stel het me juist liever niet voor.” Hij pakt de menukaart erbij. Een mens wordt nu eenmaal vrolijker van worteltaart met walnoten dan van bomgordels. Terwijl de vrouw haar zorgen één voor één uitspreekt en de man haar zo goed en zo kwaad als het gaat geruststelt, probeer ik me te concentreren op de smaak van de koffie. De barista van dienst heeft me net verteld dat dankzij het extra lange zetproces alle aroma’s volledig tot hun recht komen. Ik geloof ‘m.

“Ik weet niet wat ik zou hebben gedaan, hoor.” Ze kijkt uit het raam. Het is een vraag die ik mezelf ook vaak stel, waarschijnlijk iedereen wel: hoe zou ik reageren? Hoe koelbloedig zou ik zijn, op een schaal van Pietje Paniek tot Adel Termos? Die laatste, het is u vast niet ontgaan, wierp zich in Beiroet op een naderende terrorist en redde daarmee vele levens, waaronder dat van zijn dochter. Het antwoord is natuurlijk nooit te geven, tenzij… Verrek, ze hebben ook lemon cheesecake. Ik wenk de serveerster.

“Dat weet je nooit,” zegt de man – diep gebogen over het restje onderin zijn kleine koffieglaasje. De vrouw staart nog altijd naar buiten, ze lijkt het niet te horen. “Nee, dat weet je nooit.”

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (20-11-2015)