Maandelijks archief: maart 2015

Station

Ze staat op het station van Sassenheim. Of, station… Er stoppen treinen, dat is waar, maar een station? Gare du Nord, Rotterdam Centraal, Berlin Hauptbahnhof, dat zijn stations. Je noemt het complex van Valken ’68 ook geen voetbalstadion, laten we wel wezen. Halte Sassenheim: twee sporen, één (!) kaartautomaat en een groot uitgevallen parkeerterrein. Met daarnaast een McDonalds, dat dan weer wel.

Bij die ene kaartautomaat, daar staat ze. Vlak voor me. Een vrouw met panterbenen, slangenpoten en een krokodillentas. Echt, een middelgrote dierentuin heeft ze aan haar lijf, aangevuld met gouden objecten die haar lichaamsgewicht op z’n minst verdubbelen. Haar Zuid-Amerikaanse achterste heeft ze eerder vandaag op de een of andere manier in de panterpanty weten te krijgen. Het kan niet anders of daar moet vanavond een schaar aan te pas komen.

‘Kom op, rotding,’ pruttelt ze. Ze laat de ‘r’ rollen als een Indisch dametje. De trein vertrekt over drie minuten van het spoor aan de overkant. En de overkant, dat betekent: om een ijzeren hekwerk heen, tunneltje door, hoek om, trap op. Ik geef het haar te doen met haar felblauwe naaldhakken. De volgende trein komt over een half uur en ik heb wel trek in een milkshake. De vrouw frommelt haar pinpas naar binnen en dendert met haar vingers – meer ringen dan een Audi-dealer – over de toetsen. Zonder resultaat. ‘Klereding!’ De trein vertrekt over twee minuten.

Vanuit Leidse richting zie ik drie lampen opdoemen, terwijl de vrouw voor de derde keer haar code in het toetsenbord graveert. Het lijkt te lukken nu. Ik hoor piepende remmen en zij begint te rennen. Dan stopt ze, trekt haar hakken uit en bergt ze op in de krokodil. Eén minuut. Op pantervoeten sprint ze het tunneltje in. Hoekje om, trapje op… Ik hoor een fluitje, het tuten van deuren, een optrekkende Sprinter. De donkerblauwe strepen trekken voorbij op weg naar Nieuw-Vennep, Hoofddorp, Schiphol en verder. Aan de overkant blijft een leeg perron over. Ik ben weer alleen met de kaartautomaat, de twee sporen en het parkeerterrein. Een milkshake dan maar. De trein vertrekt over dertig minuten.

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (20-02-2015)

Twie-ien

De man naast me spreekt het boulevard-Katwijks dat is voorbehouden aan senioren. Zijn piekerige wenkbrauwen komen nog net onder zijn oranje-zwarte muts vandaan. De opdruk met logo is versleten. Na de vroege tegentreffer knikt hij zijn buurman aan de andere kant bemoedigend toe. ‘Twie-ien’ gaat het worden, hij weet het zeker. Buurman, die zo te zien ook al een jaar of twintig met korting naar binnen mag, is er niet gerust op. Al vanaf de aftrap gaat hij los.

‘Afspelen die bal! Dat is toch geen duel aangaan?’ Slappe hap! Heb je de verkeerde schoenen aan? Traag gedoe! Dat had je kunnen zien!’ Je gaat erin als een wijf!’ Ziekenhuisbal!’

Als je deze man aanhoort, geloof je niet dat zijn ploeg soeverein bovenaan staat, met elf punten voorsprong op de nummer twee en een wedstrijd tegoed. Vooral de trainer en de spits hebben het gedaan vandaag. De man met de muts hoort het allemaal gelaten aan – of misschien hoort hij het al niet meer. Sommige mensen zeggen dat je kunt wennen aan geluid, maar volgens mij zijn dat vooral makelaars. Deze man lijkt hoe dan ook immuun. Ik probeer zijn onverstoorbare houding over te nemen, de negativiteit van me af te laten glijden, een onaantastbaar bouwwerk te zijn (Zen! Wierook! Boeddhisme!). Ik krijg het niet voor elkaar.

‘Kom nou toch, Joost! Dat is toch geen pass geven! Willen ze wel winnen? Die trainer moet toch wel een bord voor zijn kop hebben? Anders begin je toch niet met zo’n opstelling? Is hij nou echt zo stom? Zo moeilijk is het allemaal niet! Afspelen die bal! Joost, wisselen! Slappe hap!’

Een kwartier voor tijd valt hij even stil. Je kunt erop wachten, iets met voetbalwetten en spitsen die geen bal raken: Joost Leonard scoort de gelijkmaker. Het gemopper verdwijnt eventjes en is helemaal verdwenen als een paar minuten later de winnende in het net ligt. De grijze snor knipoogt naar me en slaat zijn buurman op de schouder. ‘Twie-ien.’ Hij had het toch gezegd?

Gepubliceerd in: Leidsch Dagblad (13-02-2015)