Laaidol

Tussen de pads, capsules en instantflacons zoek ik naar een normaal pak koffie. Zilverfolie, rood papiertje, dat werk. Ik zie net de woorden ‘aroma rood’ opdoemen wanneer achter me iemand met een langgerekt ‘ja’ de telefoon opneemt. De vrouw slaagt erin om bekakt te klinken in twee letters. Welkom in Oegstgeest.

• • •

Bakfietsvader

Het is zover. We hebben een bakfiets gekocht. Niet dat ik voorheen zo’n rock-‘n-rollbestaan leidde, maar ik vind het nogal een stap.

• • •

Het k-woord

Sinds een paar weken zingt het k-woord rond. Er klinken protesten wanneer iemand het voor het eerst laat vallen in de app. Levensgevaarlijk. Een teamgenoot weet zich te herinneren hoe we zeven jaar geleden ook de eerste potjes wonnen. We eindigden als negende. Nee, we moeten vooral niet te hard van stapel lopen. Het per week bekijken, de tegenstander niet onderschatten. Als je niet beter wist, zou je denken dat de mediatraining de reserve zevende klasse heeft bereikt. Iedere wedstrijd is een finale.

• • •

Random

Twee meisjes in jaarclubjasjes staan bij de grijpautomaten. Ze wachten op iemand die geen haast heeft. Met een blikje bier in de hand bespreken ze serieuze zaken. ‘Een emotionele rollercoaster’ was de afgelopen zomer voor de één. Haar stem is laag. De ander vindt het allemaal ‘zo niet-chill’. Ze heeft nog wel een tip: ga eens naar een psycholoog. ‘Totaal niet raar of zo,’ vindt ze.

• • •

Daima

Het kassameisje heet Daima, met een hartje op de ‘i’. ‘Wat leuk, een tweeling,’ zegt ze, terwijl ze de code voor de courgette opzoekt op een lijst.

• • •

Huggyduggybuggy

Daar zouden we dus niet aan beginnen, hè, aan zo’n aansteller met een akoestische gitaar en een tamboerijn. Zo’n volwassen man met een blij hoofd in een outfit die Ernst en Bobbie net even te kleurrijk zouden vinden. Je legt toch niet wekenlang met enige regelmaat een koptelefoon met Bach for Babies tegen die buik aan om de arme stakkers luttele maanden later volledig debiel te verklaren met deuntjes als ‘piepkuikentje, piepkuikentje, met je zachte veertjes’ en ‘appeltje en peertje liepen als een heertje’? Nee, daar zouden wij dus mooi niet aan beginnen.

• • •

HV6422

“Schiet nou verdomme toch eens op, vent!” De man met de toupet is buiten zinnen. Hij schreeuwt tegen zijn reisgenoot, die de koffer niet snel genoeg aangeeft. Alle hoofden in het Transavia-toestel draaien. Eerst denk ik dat hij een grap maakt, maar ik vergis me. Zijn lippen trillen. De reisgenoot schudt zachtjes zijn hoofd en prevelt iets. Ik schat hem zeventig.

• • •

Notaris

De notaris geeft een krachtige hand. Zijn donkergroene das is voorzien van een speld, uit het zakje van zijn colbert steekt een zilveren vulpen. Ik schat de man achter in de zestig. Terwijl hij de papieren schikt, begint hij over Jip en Janneke. Ze spelen meneer en mevrouw en drinken thee. Of juist niet, want Jip lust geen thee. Janneke zegt dat een meneer thee drinkt. Dan wil Jip geen meneer worden. Hij wil notaris worden en een pijp roken.

• • •

Vriendjes

“Ik was laatst met een paar vriendjes golfen in Duitsland.” Een zware mannenstem vult de coupé. De man zit naast me aan de andere kant van het gangpad. Halflang grijs haar, lakschoenen, roze pochet in een donkergrijs pak. Om zijn arm heeft hij een horloge van minstens drie keer modaal. “Haha, andere vriendjes, ja. En ik had tegen die jongens gezegd: ik regel het eten wel.” Hij lacht erbij, tikt met zijn vrije hand de stoel voor hem. “Dus ik bel zo’n driesterrentent daar, waar ik ooit met Florine geweest ben. Drie Michelinsterren, top of the bill. Het goedkoopste menuutje kost daar tweeënhalve meier.” Hij pauzeert even om de hoogte van dit bedrag goed te laten doordringen.

• • •
1 2 3 18