Requiem

De houten bankjes hadden comfortabeler gekund, maar de muziek is prachtig. Vrijdagavond in de Marekerk. Een rij voor me zit een jongen van een jaar of vijftien. Hij draagt hetzelfde donkerblauwe colbert als zijn vader, die naast hem zit. Een strenge doch rechtvaardige leraar bijbelonderwijs. Of een uitvaartondernemer van de oude stempel.

• • •

HV6422

“Schiet nou verdomme toch eens op, vent!” De man met de toupet is buiten zinnen. Hij schreeuwt tegen zijn reisgenoot, die de koffer niet snel genoeg aangeeft. Alle hoofden in het Transavia-toestel draaien. Eerst denk ik dat hij een grap maakt, maar ik vergis me. Zijn lippen trillen. De reisgenoot schudt zachtjes zijn hoofd en prevelt iets. Ik schat hem zeventig.

• • •

Fijne dagen

“Ik voelde me gewoon belazerd, Ramoon.” Hij duwt het laatste stukje oliebol naar binnen terwijl Ramoon de poedersuiker van zijn schouder veegt. Ze legt haar wanten op de houten sta-tafel, warmt haar handen aan een mok met glühwein. Naast haar staat een ventje met een chocolademelksnor. Hij kijkt aandachtig naar een kerstman die ‘Let it Snow’ zingt.

• • •

Frisse blik

‘Frissebliksessie’. In de verder doodstille ochtendcoupé blijft het woord hangen als een lastige mug. De vrouw die het uitspreekt, is zo te horen al uren wakker. Het gezoem gaat verder, net als je denkt dat de mug de kamer uit is. ‘Besluitvorming’. ‘Whiteboards’. ‘Managementlaag.’ Na iedere bloedserieuze zin die ze in haar telefoon tettert, stoot ze een nerveus lachje uit. Onbewust, waarschijnlijk. De man naast haar rolt met zijn ogen en grijpt naar zijn koptelefoon.

• • •

Pakjes

Niks zwartepietendiscussie. Bij ons in de familie is de jaarlijkse Sinterklaasvete weer geopend: kamp lootjestrekken versus kamp dobbelsteenspel. Dit laatste behelst een proces waarbij net zo lang goedkope teringzooi wordt doorgegeven totdat ook de laatste deelnemer kotsmisselijk is van de chocoladekruidnoten, waarna iedereen met ten minste vier ongewenste producten huiswaarts keert. Tussendoor wordt er met een dobbelsteen gegooid. Voorstanders van het lootjestrekken daarentegen bepleiten een ouderwets gezellige pakjesavond, waarbij de ontvanger een cadeau mag uitpakken dat speciaal voor hem/haar is aangeschaft en dat begeleid wordt door een persoonlijk gedicht. Idealiter wordt de betreffende persoon in dit schrijfsel vakkundig met de grond gelijk gemaakt, zij het met een niet mis te verstane ondertoon van pure liefde.

• • •

Zelfhulp

Na alle ophef over kunstgrasvelden speelde ons nog altijd ongeslagen zevendeklasse-elftal deze week voor het eerst in tijden weer eens op echt gras. Hobbeliger dan de Noordwijkse duinen, deze Alphense mat, maar na afloop kon je wel die ouderwetse kluiten tussen je noppen vandaan peuteren. Ze hadden er zelfs borstels voor staan, van die klassieke rode schoenenpoetsers die ik voor het laatst als pupil gebruikte. Nog lekkerder was het om je noppen daarna een paar keer hard tegen de bakstenen muur te trappen.

• • •

Middelvinger

Onder haar zwarte kisten kraakt een tapijt van plastic bekers. Een meisje, een bankje voor het station, de ochtend na 3 oktober. Ze draagt een spijkerjack met een gigantische middelvinger en daarboven het woord ‘Troublemaker’. Een schoonmaakwagen nadert, ze gaat nog harder in haar telefoon praten. “Hij snapt mijn levensstijl niet,” hoor ik haar zeggen. Ze schermt één oor af en draait zich half om – dikke vinger voor de schoonmaker.

• • •

Me-time

Het is geen bakfiets, het is een huifkar met een stuur waar ze op rijdt. Op de zijkant vormen groene stickers de naam Sem. Ze parkeert het ding op de stoep en ritst een plastic flap open. Alleen Sem stapt uit, hoewel er plaats genoeg was geweest voor zijn complete hockeyteam. Hij geeft moeder een kus en rent naar de overkant van de straat. Moeders zet haar telefoon aan haar oor en ploft neer bij het koffietentje. “Hé schat,” zegt ze. “Ben je al in de buurt?”

• • •

Kleintje

“Ik ga je even zoenen, hoor!” Een terrasboot op de Nieuwe Rijn, een bloedhete dag in september. Twee meisjes van een jaar of achttien beuken hun hoofden tegen elkaar, waarbij ze allebei ‘mwah! mwah! mwah!’ roepen. “Oh my god, Vick,” zegt het ene meisje. “Hoeveel weken ben je nu?” Vick schuift wat met haar voeten. “Zes weken.” – “Oh my god. Dan leeft het al en zo!” Ze knikt en steekt haar hand op om nog een drankje te bestellen. “Soms denk ik dat ik iets voel schoppen. Maar volgens mijn moeder kan dat nog helemaal niet.” Haar vriendin kijkt verbaasd. “Wat weet die er nou van?”

• • •
1 2 3 6